Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
BA5320
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 26-04-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Heeft betrokkene als meewerkende partner in het tijdvak in geding arbeid in een privaatrechtelijke dienstbetrekking verricht en dient zij om die reden in de zin van artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten verzekeringsplichtig te worden geacht met een daaraan verbonden verschuldigdheid van sociale premies over de jaren in geding?
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 06/5635 ALGEM




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 16 augustus 2006, 05/1913 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 26 april 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mw. mr. G. Kleefstra, juridisch medewerkster bij Accon AVM te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 1 maart 2007. Partijen zijn daar, na schriftelijk bericht vooraf, niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


In dit geding gaat het om het antwoord op de vraag of [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) in het tijdvak van 6 juli 2001 tot 2004 voor appellante arbeid in een privaatrechtelijke dienstbetrekking heeft verricht en zij om die reden in de zin van artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten verzekeringsplichtig dient te worden geacht met een daaraan verbonden verschuldigdheid van sociale premies over de jaren 2001 tot en met 2003.

[Betrokkene] hield zich met haar echtgenoot in de desbetreffende periode ten behoeve van haar schoonvader [naam schoonvader] als vennoot van appellante zoĺn 12 uur per week tegen betaling van f 150,-- per week bezig met werk als verkoopster in een kraam op de markt teneinde poelierproducten aan de man te brengen. Zij had als zodanig eerder volledig in verzekeringsplichtige arbeid voor haar schoonvader gewerkt.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank in overeenstemming met de strekking van het na bezwaar genomen genomen besluit van het Uwv van 19 september 2005, aangenomen dat er namens appellante als werkgeefster door haar schoonvader aan [betrokkene] loon is uitbetaald voor door haar op persoonlijke titel onder gezag verrichte arbeid welke niet van te marginale betekenis kan worden geacht om een arbeidsovereenkomst aan te nemen.

In hoger beroep heeft appellante doen betogen dat [betrokkene] weliswaar eerder voor haar schoonvader heeft gewerkt, doch dat per 6 juli 2001 de situatie anders was in die zin dat zij niet onder gezag heeft gewerkt en voor de gezelligheid en het contact met de klanten naar de markt meeging en dat zij hiervoor uitsluitend enige betaling van haar echtgenoot heeft ontvangen. Voorts acht appellante het in strijd met het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel dat het na het onderzoek van het Uwv in maart 2003 ten aanzien van de situatie van [betrokkene] eerst op 20 juni 2005 tot een afrondende standpuntbepaling bij primair besluit is gekomen.

De Raad overweegt op grond van de stukken het volgende.

[betrokkene] is in essentie in onveranderde continu´teit met de periode van vˇˇr 7 juli 2001, toen zij gelijksoortige verzekeringsplichtige arbeid voor haar schoonvader voor 32 uur per week verzet heeft, werkzaamheden als marktverkoopster blijven verrichten, zij het dat zij per 7 juli 2001 na de geboorte van haar kind nog slechts voor 12 uur per week werkzaam was. Zij werkte hierbij blijkens de onderzoeksbevindingen en oorspronkelijke verklaringen van haarzelf en haar werkgeefster in het dossier - waaraan de Raad doorslaggevende betekenis meent te mogen toekennen - onmiskenbaar persoonlijk als marktverkoopster onder voortdurend gezag en eindverantwoordelijkheid van haar schoonvader als directe chef tegen een door hemzelf verstrekte als loon te beschouwen contante betaling van f 150,-- per week. Het zou volgens de Raad van realiteitszin gespeend zijn deze voortgezette en kennelijk geregeld verlangde en metterdaad verrichte arbeid tegen salaris als een niet in aanmerking te nemen vriendendienst van geheel vrijblijvende, incidentele aard te beschouwen.
De afronding van de besluitvorming heeft weliswaar veel tijd in beslag genomen, maar zowel de verzekeringsplicht van rechtswege als de hoogte van het loon waarover premie verschuldigd was stonden van meet af aan vast. Gezien ook de ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Co÷rdinatiewet sociale verzekering toegestane verjaringstermijn van 5 jaar voor premievaststelling, kan de verlate afwikkeling van zaken door het Uwv de toets van de rechterlijke kritiek volgens de Raad nog wel doorstaan. Evenmin kan naar het oordeel van de Raad onder de gegeven omstandigheden staande worden gehouden dat door een en ander het zorgvuldigheidsbeginsel, laat staan het vertrouwensbeginsel is geschonden.

Uit het voorgaande volgt dat de in de eerste alinea van deze rubriek gestelde vraag in bevestigende zin dient te worden beantwoord en dat het hoger beroep van appellante dan ook niet kan slagen.

Daardoor komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en G. van der Wiel en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 april 2007.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x