Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   SOCIALEVERZEKERINGSPLICHT
x
LJN:
x
BA7216
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 16-05-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Terechte niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in eerste aanleg omdat betrokkene bij het instellen van het beroep niet heeft voldaan aan diverse in artikel 6:5 van de Awb gestelde vereisten (onder meer de indiening van beroepsgronden), terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat betrokkene niet in verzuim is geweest.
 
 
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/104 ALGEM




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 november 2005, 05/2424 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 mei 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 19 april 2007, waar partijen, het Uwv met voorafgaand schriftelijk bericht, niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 22 juni 2005 heeft het Uwv het bezwaar van appellante gericht tegen de correctienota over het jaar 2001 niet-ontvankelijk verklaard in verband met het niet indienen van de gronden van het bezwaar. Bij schrijven van 27 juni 2005 is namens appellante tegen voormeld besluit beroep ingesteld. 

De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante bij het instellen van het beroep niet voldaan heeft aan diverse in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde vereisten, terwijl niet gebleken is van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en met name ziet op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Ook de Raad is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellante ter zake van haar beroep niet in verzuim is geweest. De Raad merkt daarbij op dat appellante in het geheel niet gereageerd heeft op het namens de rechtbank gedane verzoek om de geconstateerde verzuimen te herstellen.

Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. sv-plicht | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x