Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Anw
x
LJN:
x
AT7784
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 03-06-2005
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het hoger beroep was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet indienen van de hogerberoepsgronden. het verzet is gegrond.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/3611 ANW




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[opposante], wonende in Turkije, opposante,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


De Raad heeft bij uitspraak van 19 november 2004 het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen een ten aanzien van haar gegeven uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2004, nummer AWB 02/5122 ANW, niet-ontvankelijk verklaard wegens het onverontschuldigbaar niet tijdig indienen van de beroepsgronden.

Tegen die uitspraak heeft M. Sevim, als attaché werkzaam bij het Consulaat – Generaal van de Republiek Turkije te Rotterdam, namens opposante een verzetschrift ingediend.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22 april 2005, waar opposante is verschenen bij gemachtigde en geopposeerde zich - met voorafgaand bericht - niet heeft laten vertegenwoordigen.




II. MOTIVERING


Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of de bij zijn uitspraak van 19 november 2004 uitgesproken niet-ontvankelijkverklaring in stand kan blijven. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend.

In haar (hoger) beroepschrift heeft opposante wat de motivering van haar hoger beroep betreft verwezen naar ten eerste de inhoud van haar bij de rechtbank ingediende beroepschrift, zulks onder aantekening dat de inhoud daarvan als herhaald en ingelast kan gelden, en vervolgens gesteld dat zij blijft bij haar standpunt dat het primaire besluit in strijd met verschillende verdragen is. Opposante heeft bij haar (hoger) beroepschrift geen afschrift van het door haar bij de rechtbank ingediende beroepschrift gevoegd. Gegeven dat opposante in haar (hoger) beroepschrift tevens heeft gesteld dat zij blijft bij haar standpunt dat het primaire besluit in strijd met verschillende verdragen is én dat uit de door opposante wél in afschrift bijgevoegde aangevallen uitspraak duidelijk naar voren komt waarom zij dat - door de rechtbank met een uitgebreide motivering niet gedeelde - standpunt huldigt, is de Raad evenwel van oordeel dat er onvoldoende grond was om opposante (kennelijk) niet-ontvankelijk te verklaren.

Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposante gedane verzet gegrond dient te worden verklaard.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vervalt de uitspraak waartegen verzet is gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2005.

(get.) J. Janssen.

(get.) J.E. Meijer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Anw | Anw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x