Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Anw
x
LJN:
x
AX6805
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-05-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. Het hoger beroep niet-ontvankelijk.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/5829 ANW




U I T S P R A A K



  
op het hoger beroep van:

wijlen [appellante], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank s-Gravenhage van 27 oktober 2003, reg.nr. 02/2713 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 19 mei 2006.




I. PROCESVERLOOP


Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft de Sociale verzekeringsbank in werking getreden. Thans oefent de Svb de taken en bevoegdheden uit die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder de Svb tevens verstaan de Sociale Verzekeringsbank.

Bij het thans nog bestreden besluit van 12 maart 2003 heeft de Svb de nabestaandenuitkering van appellante over de periode juni 1999 tot en met december 2000 herzien. Voorts heeft de Svb het door hem te veel betaalde bedrag van 1.679,99 teruggevorderd en over de invordering daarvan beslist.

De rechtbank heeft het beroep, voorzover gericht tegen het besluit van 12 maart 2003, ongegrond verklaard.

Namens appellante heeft mr. J.P.G. de Wit, advocaat te s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld tegen dit element van de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief gedateerd 12 augustus 2005 heeft mr. De Wit aan de Svb en aan de Raad laten weten dat appellante is overleden en dat haar kinderen haar nalatenschap hebben verworpen.

De Svb heeft vervolgens laten weten, zijn vordering van 1.679,99 verder als oninbaar te beschouwen.

Desgevraagd heeft mr. De Wit de Raad verzocht, te beslissen naar de stand van het dossier waarin het zich thans bevindt. Hij heeft daarbij aangegeven, behandeling ter zitting niet noodzakelijk te achten.

Ook de Svb heeft desgevraagd toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten.




II. MOTIVERING


Gelet op de in rubriek I beschreven feiten, ziet de Raad zich vooreerst gesteld voor de vraag of het hoger beroep (nog) ontvankelijk is te achten.

Naar het oordeel van de Raad is dit niet het geval.

De Raad merkt daartoe op dat degene die het hoger beroep heeft ingesteld, is overleden. Naar het oordeel van de Raad kan in dit geval niet worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding.

Blijkens de door mr. De Wit aan de Raad toegezonden stukken is de nalatenschap van appellante door de naaste bloedverwanten verworpen. De Raad is niet gebleken van andere erfgenamen die van rechtswege appellante als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd.

Nu de Svb heeft aangegeven de vordering verder als oninbaar te beschouwen, acht de Raad naspeuringen naar eventuele andere belanghebbenden niet opportuun.

De Raad concludeert dat het belang bij de voortzetting van het hoger beroep in het onderhavige geding is komen te vervallen, zodat dit hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J.B. van der Putten als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2006.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) J.J.B. van der Putten.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Anw | Anw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x