Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AOW
x
LJN:
x
AR8537
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 17-12-2004
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn. Door betrokkene is in verzet niets aangevoerd dat aanleiding zou kunnen vormen om thans in andere zin te oordelen. Het verzet is derhalve ongegrond.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/2935 AOW




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 22 april 2003 (reg.nr. AWB 02/4508 AOW) tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig bij de Raad is ingediend en niet is gebleken van redenen op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant in verzuim is geweest.

Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 5 november 2004, waar partijen niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


De Raad ziet zich naar aanleiding van het door opposant ingestelde verzet voor de vraag gesteld of de door de Raad bij zijn uitspraak van 9 januari 2004 uitgesproken niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep terecht is geschied.

De Raad overweegt het volgende.

Door opposant is in verzet niets aangevoerd dat aanleiding zou kunnen vormen om hierover thans in andere zin te oordelen.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op artikel 8:55, zesde lid, van de Awb blijft de uitspraak van de Raad van 9 januari 2004 derhalve in stand.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 december 2004.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.H.A. Uri.




III. DÉCISION


La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);

Statue:

Déclare le recours non fondé.

Par conséquent, décidée par M. le maître J. Janssen en qualité de président, M. le maître D.J. van der Vos et M. le maître H.J. Simon comme membres, en présence de M.H.A. Uri en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 17 décembre 2004.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AOW | AOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x