Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AOW
x
LJN:
x
AT9765
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14-07-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Korting van 34% op het toegekende ouderdomspensioen wegens onverzekerde jaren. Daarbij is overwogen dat betrokkene niet verzekerd is geweest van 1 januari 1957 tot en met 31 mei 1974.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/1957 AOW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 9 maart 2004, reg.nr. AWB 03/1403, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 30 juni 2005, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 8 oktober 2003 heeft gedaagde aan appellant met ingang van 1 februari 2004 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend, waarop een korting wordt toegepast van 34%. Daarbij is overwogen dat appellant niet verzekerd is geweest van 1 januari 1957 tot en met 31 mei 1974.

Bij besluit van 23 oktober 2003 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 8 oktober 2003 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij 16 jaar lang als ambtenaar heeft gewerkt in het rijksdeel Suriname (=Nederland in Zuid-Amerika). Hij is van mening dat hij slechts één jaar niet verzekerd is geweest voor de AOW, te weten van 1957 tot en met 1958, hetgeen een korting oplevert van 2% in plaats van 34%.

De Raad overweegt als volgt.

Tot 1 januari 1990 was in artikel 2 van de AOW opgenomen dat ingezetene in de zin van deze wet is degene, die in het Rijk woont. Artikel 6, eerste lid, aanhef en sub b, van de AOW bepaalde tot 1 januari 1990 dat verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die de leeftijd van 15 jaar, doch nog niet die van 65 jaar heeft bereikt, indien hij geen ingezetene is, doch terzake van binnen het Rijk in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Ingaande 1 januari 1990 zijn in alle artikelen van de AOW, waaronder de twee voornoemde, de woorden “het Rijk” vervangen door “Nederland”.

Naar vaste jurisprudentie van de Raad dient onder “het Rijk” in voornoemde bepalingen te worden verstaan “het Rijk in Europa”. De Raad verwijst daarbij naar zijn uitspraak van 27 april 1994 (PS 1994) nr. 660, en naar die van 6 maart 2002 (USZ 2002/116).

Nu appellant in de periode van 1 januari 1957 tot en met 31 mei 1974 woonachtig was in Suriname en hij in die periode evenmin in Nederland aan loonbelasting onderhevige arbeid verrichtte, moet worden geconcludeerd dat appellant in die periode niet als ingezetene en ook niet op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en sub b, van de AOW verzekerd was voor de AOW.
Nu appellant in de in dit geding van belang zijnde periode voorts niet in dienst was van de Nederlandse overheid, dan wel wedde of loon ten laste van die overheid ontving, kan hij naar het oordeel van de Raad ook niet op grond van artikel 6, eerste lid, onder c, van de AOW, zoals dit artikel destijds luidde, als verzekerde worden aangemerkt.

Uit het voorgaande volgt dat gedaagde terecht appellant niet verzekerd heeft beschouwd in de jaren gedurende welke appellant vanaf 1 januari 1957 nog in Suriname woonde.

Het hoger beroep kan dan ook niet slagen en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht acht de Raad geen termen aanwezig.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van mr. M.F. van Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2005.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) M.F. van Moorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AOW | AOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x