Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AOW
x
LJN:
x
AU3981
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 07-10-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Geen langere terugwerkende kracht dan n jaar vr de aanvraag. Bijzonder geval. Aanvraag om een Duits ouderdomspensioen, gezien artikel 86 van EG-Verordening 1408/71 tevens aan te merken als aanvraag voor AOW-pensioen. Onzorgvuldige voorbereiding.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/2339 AOW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft op daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 24 maart 2004, nr. 03/1769 AOW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 16 september 2005, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn zoon H.M. Brandwagt, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 7 november 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft gedaagde zijn besluit van 11 augustus 2003 gehandhaafd, waarbij met ingang van 1 juni 2002 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan appellant is toegekend ter hoogte van 72% van het volledige pensioen voor een gehuwde. Daarbij is overwogen dat er geen sprake is van een bijzonder geval, zodat het pensioen niet met een langere terugwerkende kracht dan n jaar voor de eerste dag van de maand waarin de aanvraag werd ingediend kan worden toegekend.

De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep is door en namens appellant wederom aangevoerd dat wel sprake is van een bijzonder geval, zodat aanspraak bestaat op ouderdomspensioen vanaf september 1999 in welke maand appellant de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

Ter zitting van de Raad is namens gedaagde medegedeeld dat het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd, nu uit de gedingstukken blijkt dat door of namens appellant in januari 2000 een aanvraag om een Duits ouderdomspensioen is ingediend, welke aanvraag volgens appellant heeft geleid tot toekenning van een Duits ouderdomspensioen. Desgevraagd heeft de gemachtigde van gedaagde medegedeeld dat deze aanvraag gelet op artikel 86 van EG-Verordening 1408/71 tevens aangemerkt moet worden als een aanvraag om een Nederlands ouderdomspensioen en dat een nieuwe beslissing op bezwaar genomen moet worden waarbij met dit gegeven rekening gehouden dient te worden.

Ook de Raad is van oordeel dat het bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig is voorbereid. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak en het daarbij gehandhaafde bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komen en dat gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op 35,60 voor reiskosten van appellant, te betalen door de Sociale verzekeringsbank.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van het hiervoor overwogene;
Veroordeelt de Sociale verzekeringbank in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van 35,60;
Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank het door appellant betaalde griffierecht ad 133,- dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. T.L. de Vries in tegenwoordigheid van C.D.A. Bos als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2005.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) C.D.A. Bos.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AOW | AOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x