Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AOW
x
LJN:
x
AY3773
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 27-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Herziening AOW-pensioen vanwege gezamenlijke huishouding.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/6552 AOW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 28 september 2005, 04/486
(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 27 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft W.P. Boers, juridisch adviseur te Overveen, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2006. Appellante is verschenen, bijgestaan door W.P. Boers. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Aan appellante, geboren in 1937, is met ingang van 1 februari 2002 een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend naar de norm voor een ongehuwde. Bij haar aanvraag heeft appellante opgegeven dat zij een kamer huurt bij [betrokkene] (hierna: [betrokkene]). Uit de resultaten van een door de Svb ingesteld onderzoek naar de woon- en leefsituatie van appellante heeft de Svb geconcludeerd dat appellante met [betrokkene] een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de AOW.

Bij besluit van 16 januari 2003 heeft de Svb het AOW-pensioen van appellante met ingang van 1 januari 2003 herzien naar de norm voor een ongehuwde die een gezamenlijke huishouding voert.

Bij besluit van 3 januari 2005 heeft de Svb het bezwaar van appellante tegen het besluit van 16 januari 2003 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 3 januari 2005 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 1, vierde lid, van de AOW bepaalt dat van een gezamenlijke huishouding sprake is indien twee personen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Naar vaste rechtspraak van de Raad dient de vraag of in een bepaald geval sprake is van een gezamenlijke huishouding te worden beantwoord aan de hand van objectieve criteria. Daarbij zijn de omstandigheden die tot het voeren van een gezamenlijke huishouding hebben geleid, de motieven van de betrokkenen en de aard van hun onderlinge relatie niet van belang.

Vaststaat dat appellante ten tijde hier van belang haar hoofdverblijf had in de woning van [betrokkene], waarmee is voldaan aan het eerste criterium, het hebben van hoofdverblijf in dezelfde woning.

Alhoewel appellante naar haar zeggen een kamer huurt bij [betrokkene] en daarvoor huur betaalt, is de Raad evenals de rechtbank van oordeel dat er voor de Svb voldoende grond is om aan te nemen dat de relatie tussen appellante en [betrokkene] die van een louter zakelijke te boven gaat en dat ten tijde in geding (ook) aan het criterium van wederzijdse zorg is voldaan.

Uit het buitendienstrapport van 19 november 2002 en de daarbij behorende ‘checklist onderzoek van de leefsituatie voor de buitendienst’ blijkt dat appellante gebruik maakt van de gehele woning met uitzondering van de slaapkamer van [betrokkene], dat appellante de boodschappen doet en kookt, dat de maaltijden gezamenlijk worden genuttigd en de kosten daarvan worden gedeeld. Ook gaan appellante en [betrokkene] zo nu en dan samen uit of op vakantie. De Raad heeft in hetgeen namens appellante is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden niet uit te gaan van de juistheid van die, door haar ondertekende checklist. Anders dan is aangevoerd bevestigt de namens appellante op de hoorzitting overgelegde notitie, gezien de inhoud daarvan, in hoofdlijnen deze checklist. De Raad acht verder van belang dat terzake van de kamerhuur geen schriftelijk contract is opgemaakt en dat van de huur geen betalingsbewijzen zijn overgelegd. Bovendien wijst de hoogte van de gestelde huur van € 200,-- meer op een bijdrage van appellante in de kosten van huishouding, dan dat dit bedrag is aan te merken als een reële zakelijke vergoeding voor hetgeen wordt geboden aan onderdak.

Uit het voorgaande volgt dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante ten tijde van belang voor de toepassing van de AOW met [betrokkene] een gezamenlijke huishouding voert en dat zij derhalve vanaf 1 januari 2003 geen recht had op een AOW-pensioen naar de norm voor een ongehuwde.

Gelet hierop slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.M. Biever-van Leeuwen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2006.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) B.M. Biever-van Leeuwen.




Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip gezamenlijke huishouding.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AOW | AOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x