Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AOW
x
LJN:
x
AZ2871
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 10-11-2006
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het verzet wegens niet-verschoonbare overschrijding van de verzetstermijn.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 05/6662 AOW




U I T S P R A A K




als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2005, 03/5669 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.

Datum uitspraak: 10 november 2006.




I. PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 3 februari 2006 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 3 februari 2006 heeft appellante bij faxbericht van 29 maart 2006 verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 15 september 2006, waar beide partijen niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


De Raad dient in eerste plaats te beoordelen of appellante ontvankelijk is in haar verzet.

Ingevolge de op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan belanghebbende is bekendgemaakt.

Een verzetschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen.

De uitspraak van de Raad is op 14 februari 2006 aan partijen verzonden, waardoor de termijn voor het instellen van verzet liep van 15 februari 2006 tot en met 28 maart 2006. Het verzetschrift is op 29 maart 2006 per fax ter griffie van de Raad ontvangen, waardoor voormelde termijn is overschreden.

Bij schrijven van 29 mei 2006 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellante heeft weliswaar op laatstgenoemd schrijven gereageerd, maar niets aangevoerd met betrekking tot de termijnoverschrijding.

De Raad merkt op dat appellante in de uitspraak van de Raad van 3 februari 2006 duidelijk is gewezen op de verzettermijn van zes weken. De Raad is niet gebleken van redenen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 november 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AOW | AOW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x