Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AWBZ
x
LJN:
x
AO4637
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 18-02-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-verschoonbare niet-tijdige betaling van het griffierecht. Afwijzing van het verzoek om uitstel van betaling.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/4682 AWBZ




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

Onderlinge waarborgmaatschappij Zilveren Kruis Ziekenfonds U.A., gedaagde.




I. INLEIDING


Mr. ir. J.J. Janswoude te Ugchelen heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Zutphen op 13 augustus 2003 tussen partijen gegeven uitspraak.




II. MOTIVERING


In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij schrijven van 29 september 2003 is de gemachtigde van appellante erop gewezen dat een griffierecht van 87,-- is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 20 oktober 2003 is de gemachtigde van appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen deze termijn is betaald.
Bij schrijven van 15 november 2003 heeft de gemachtigde van appellante uitstel gevraagd om het verschuldigde griffierecht te voldoen.
Bij brief van 18 november 2003 heeft de Raad aan de gemachtigde van appellante meegedeeld dat de Raad dat verzoek niet honoreert.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. G.M.T. Berkel-Kikkert in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2004.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) P.N. Rijnsewijn.




Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AWBZ | AWBZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x