Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AWBZ
x
LJN:
x
AR7512
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 17-11-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vastgestelde eigen bijdrage in het kader van de AWBZ in verband met het verblijf van betrokkene in een verpleeghuis.
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/5956 AWBZ




P R O C E S - V E R B A A L




van de mondelinge uitspraak op 17 november 2004

van de meervoudige kamer.

Datum: 17 november 2004.

Zitting hebben: mr. M.I. t Hooft , als voorzitter, mr. G.M.T. Berkel-Kikkert en mr. C.J. Borman, als leden. Griffier: B.M. Biever-van Leeuwen.

2e Zaak, reg.nr. 02/5956 AWBZ.

Inzake: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, verschenen bij gemachtigde
K.L. Wieten,

tegen

OWM Ziekenfonds Het Groene Land U.A. te Zwolle, gedaagde, verschenen bij gemachtigde mr. H. Kreeft




Bij het bestreden besluit heeft gedaagde vastgehouden aan de in verband met het verblijf van appellant in een verpleeghuis op ? 1967,14 ( 892,65) vastgestelde eigen bijdrage in het kader van de AWBZ.

De rechtbank Zwolle heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij uitspraak van 25 oktober 2002, reg.nr. 02/220 AWBZ, met vermelding van de toepasselijke bij en krachtens de AWBZ gestelde imperatieve voorschriften ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de grief van appellant dat het hem per maand resterende bedrag voor persoonlijke uitgaven naar zijn mening ontoereikend is zodat hij gedwongen inteert op het eigen vermogen, verworpen. Voorts heeft de rechtbank geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat gedaagde bij de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage van onjuiste bedragen is uitgegaan en dat het appellant resterende vrij besteedbare inkomen na afdracht van de eigen bijdrage niet onder het ten tijde van belang geldende zakgeldbedrag van f 432,50 ( 196,26) per maand komt.

De Raad heeft in hetgeen door appellant - bij wijze van herhaling van het gestelde in eerste aanleg - in hoger beroep is aangevoerd noch in de in dit geval van toepassing zijnde regelgeving aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank niet te volgen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en beslist daarom als volgt:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 22 november 2004.

De fungerend voorzitter, M.I. t Hooft.

De plv. griffier, B.M. Biever-van Leeuwen.




Voor eensluidend afschrift, de griffier van de Centrale Raad van Beroep.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AWBZ | AWBZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x