Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AWBZ
x
LJN:
x
AV0212
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 11-01-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vaststelling van de verschuldigde eigen bijdrage AWBZ voor het verblijf in een verzorgingstehuis.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/5825 AWBZ




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Onderlinge waarborgmaatschappij Amicon Zorgverzekeraar Ziekenfonds u.a., gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft de heer J. Hulman hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 21 september 2004, reg.nr. 03/1507 AWBZ, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 30 november 2005, waar partijen, gedaagde met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Voor de in dit geding van belang zijnde feiten verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

Appellante is in de periode van 8 januari 2003 tot en met 18 februari 2003 opgenomen geweest in een ziekenhuis. Vanaf 19 februari 2003 verblijft zij in verzorgingshuis [naam verzorgingshuis] in [vestigingsplaats], een AWBZ-instelling.

Bij besluit van 30 juli 2003 heeft gedaagde de door appellante vanwege het verblijf in verzorgingstehuis [naam verzorgingshuis] verschuldigde eigen bijdrage AWBZ met ingang van 8 juli 2003 op basis van artikel 4 van het Bijdragebesluit zorg vastgesteld op 526,83 per maand.

Bij besluit op bezwaar van 14 oktober 2003 heeft gedaagde de bezwaren van appellante tegen het besluit van 30 juli 2003 ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het besluit op bezwaar van 14 oktober 2003 beroep bij de rechtbank ingesteld. Zij heeft aangevoerd dat zij een beschikking van 28 juli 2003 heeft ontvangen, waarbij de eigen bijdrage definitief is vastgesteld op een bedrag van 106,--. Zij heeft betwist dat gedaagde bevoegd was om de eigen bijdrage op een hoger bedrag vast te stellen.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het besluit op bezwaar van 14 oktober 2003 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de artikelen 4 en 14 van het Bijdragebesluit zorg van dwingendrechtelijke aard zijn en dat niet is gebleken dat de eigen bijdrage per 8 juli 2003 op een te hoog bedrag is vastgesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft de rechtbank verworpen, omdat appellante, zo zij de eigen bijdrage niet zou hebben ontvangen, door de in het besluit van 28 juli 2003 opgenomen verwijzing naar artikel 14 van het Bijdragebesluit zorg ervan op de hoogte had kunnen zijn dat de lage eigen bijdrage slechts geldt voor de eerste zes maanden van opname in een instelling.

In hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep - grotendeels als herhaling van het gestelde in eerste aanleg - is aangevoerd noch anderszins in de voorhanden gegevens heeft de Raad aanknopingspunten gevonden om in andere zin dan de rechtbank te oordelen. De Raad voegt hieraan toe dat de door appellante genoemde definitieve beschikking betrekking heeft op de periode ingaande 20 februari 2003 en dat het bestreden besluit betrekking heeft op een latere datum, namelijk de datum, waarop de voor de heffing van de hoge eigen bijdrage geldende wachtperiode van zes maanden, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Bijdragebesluit zorg, is verstreken. De Raad merkt hierbij op, dat de periode van verblijf in het ziekenhuis voor de berekening van de wachtperiode op grond van artikel 14, derde lid, van het Bijdragebesluit zorg moet worden samengeteld met de periode van verblijf in [naam verzorgingshuis]. Door de eigen bijdrage per 8 juli 2003 vast te stellen op het bedrag van 526,83 is gedaagde niet in strijd gekomen met enige regel van geschreven of ongeschreven recht of enig rechtsbeginsel.

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een veroordeling van gedaagde in de proceskosten van appellante ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van de griffier S.M.A. School en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2006.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) S.M.A. School.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AWBZ | AWBZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x