Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   AWBZ
x
LJN:
x
AV1331
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 17-01-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is terecht de zogenoemde hoge eigen bijdrage ingevolge het bepaalde bij en krachtens de AWBZ opgelegd?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/2354 AWBZ en 04/2355 AWBZ




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de onderlinge waarborgmaatschappij Zilveren Kruis Ziekenfonds U.A., gevestigd te Rotterdam, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft haar echtgenoot [naam echtgenoot] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 25 maart 2004, reg.nrs. 03/663 AWBZ en 03/845 AWBZ. Bij de aangevallen heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar van gedaagde van 8 september 2003 ongegrond verklaard.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 29 november 2005. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam echtgenoot] en door haar zoon [naam zoon]. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.B. Gschwind, werkzaam bij gedaagde.




II. MOTIVERING


Appellante is opgenomen in een verpleeghuis, een inrichting in de zin van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat gedaagde aan appellante terecht de zogenoemde hoge eigen bijdrage ingevolge het bepaalde bij en krachtens de AWBZ heeft opgelegd en zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat appellante en haar echtgenoot met hun aanvraag om een pensioen voor ongehuwden ingevolge de Algemene Ouderdomswet te kennen hebben gegeven feitelijk als ongehuwd te willen worden beschouwd, als gevolg waarvan zij ook voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ als ongehuwd moeten worden aangemerkt.

Appellante heeft in hoger beroep, evenals in eerste aanleg, betoogd dat zij en haar echtgenoot ten onrechte ook voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ als ongehuwd zijn aangemerkt.

Met verwijzing naar zijn uitspraak van 7 juli 2004 (LJN AP9661, gepubliceerd in USZ 2004, nr. 296) - op welke uitspraak de Raad [naam echtgenoot] en [naam zoon] ter zitting heeft gewezen - stelt de Raad vast dat het betoog van appellante niet slaagt.

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2006.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) L. Jörg.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. AWBZ | AWBZ | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x