Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AF6431
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-03-2003
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Oplegging van correctienota's over de jaren in geding ter zake van een door het betrokken bedrijf in eigen beheer uitgevoerde spaarloonregeling. Is bij het bedrijf door het UWV het in rechte te honoreren vertrouwen gewekt dat het bedrijf door uitvoering te geven aan de spaarloonregeling zoals zij dit heeft gedaan, zij geen correctienota's behoefde te verwachten? Er is geen sprake van ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen van de kant van het UWV.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 00/5271 CSV




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Appellante heeft op bij beroepschrift van 30 augustus 2000 aangevoerde gronden bij de Raad hoger beroep ingesteld van een door de rechtbank Amsterdam onder dagtekening 21 augustus 2000 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een op 14 februari 2001 gedateerd verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 20 februari 2003, waar appellante niet is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. P.G.J. Reurings, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


Bij het bestreden, na bezwaar genomen, besluit van 29 juli 1998 heeft gedaagde gehandhaafd de correctienota's premies werknemersverzekeringen van 13 december 1996 met betrekking tot de jaren 1991 tot en met 1996, voor zover deze zien op correcties inzake een door appellante in eigen beheer uitgevoerde spaarloonregeling.

De rechtbank heeft het beroep dat appellante tegen dit onderdeel van het bestreden besluit heeft ingesteld, ongegrond verklaard. Tevens heeft de rechtbank het door appellante gedane beroep op het vertrouwensbeginsel dat aan toepassing van de dwingendrechtelijke bepalingen in de weg zou staan, gemotiveerd verworpen.

In hoger beroep is uitsluitend de vraag aan de orde of bij appellante door gedaagde het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat appellante door uitvoering te geven aan de spaarloonregeling zoals zij dit heeft gedaan, zij geen correctienota's behoefde te verwachten.

Met de rechtbank, op de door de rechtbank aangegeven gronden welke de Raad tot de zijne maakt, beantwoordt de Raad die vraag ontkennend.

De stelling van appellante dat aan haar door gedaagde niet de gevraagde informatie omtrent de uitvoering van de spaarloonregeling is verstrekt brengt in dit oordeel geen verandering. Ingevolge vaste rechtspraak van de Raad moet sprake zijn van ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen van de kant van gedaagde wil een beroep op het vertrouwensbeginsel in een situatie als de onderhavige, voor honorering in aanmerking kunnen komen. Hiervan is in casu evenwel niet gebleken.

Ook de omstandigheid dat de handelwijze van appellante niet heeft geleid tot fiscale correcties door de Belastingdienst vomt voor de Raad geen grond voor een ander oordeel. Gedaagde immers is voor de premieheffing werknemersverzekeringen de bevoegde instantie en heeft in dat verband een eigen verantwoordelijkheid.

Gelet op het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van A.H. Huls als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2003.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) A.H. Huls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x