Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AP0526
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-05-2004
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het verzet wegens niet-verschoonbare overschrijding van de verzetstermijn.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/2789 CSV




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

de vennootschap onder firma [naam VOF], gevestigd te [vestigingsplaats], opposante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij uitspraak van de Raad van 4 september 2003 is het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank te Alkmaar van 29 april 2003 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft mr. P. Bakker, werkzaam bij Bakker & Co, Belastingadviseurs te Amsterdam, een verzetschrift ingediend.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 7 april 2004, waar partijen niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Blijkens het eerste lid van artikel 8:55 van de Awb zijn onder meer de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing op het verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.

De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt derhalve zes weken, zoals onder bedoelde uitspraak is aangegeven.
Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, bepaalt dat die termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt. Onder bekendmaking dient, gelet op artikel 3:41 van de Awb, te worden verstaan toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbenden.

Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb, is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De in rubriek I genoemde uitspraak van de Raad van 4 september 2003 is op 10 september 2003 aan partijen gezonden. Het tegen die uitspraak gerichte verzetschrift, gedateerd 21 oktober 2003, is op 23 oktober 2003 per fax en per gewone post op 27 oktober 2003 ter griffie van de Raad ontvangen en is blijkens de poststempel op de enveloppe op 24 oktober 2003 ter post bezorgd.

Nu de verzetstermijn liep van 10 september tot en met 22 oktober 2003 stelt de Raad vast dat die termijn is overschreden.

Dit betekent dat het verzet om die reden niet-ontvankelijk is, tenzij, gelet op artikel 6:11 van de Awb, redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De in het verzetschrift aangevoerde omstandigheid is niet van dien aard dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat opposante in verzuim is geweest.
Ook overigens is de Raad niet van omstandigheden als vorenbedoeld gebleken.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x