Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AP2615
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 10-06-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Het bestreden besluit is op de juiste wijze bekendgemaakt.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/5057 CSV




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellant is op bij aanvullend beroepschrift van 5 november 2003 aangevoerde gronden bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam onder dagtekening 3 september 2003 gewezen uitspraak, nummer 02/4103, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde heeft mr. P.J. Siekman, advocaat te Hoofddorp, bij schrijven van 29 december 2003 van verweer gediend.

Namens appellant is hierop gereageerd bij brief van 27 januari 2004.

Het geding is, gevoegd met het geding onder nummer 03/5075 CSV, behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 15 april 2004, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. J.J. de Graaf, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gedaagde in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Siekman, voornoemd.




II. MOTIVERING


Het geschil betreft het antwoord op de vraag of appellant gedaagde bij besluit van 24 juli 2002 op juiste gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het feit dat gedaagde bij het instellen van bezwaar de ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift van zes weken, niet in acht heeft genomen, en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat gedaagde niet in verzuim is geweest.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard onder vaststelling dat het bezwaar gericht tegen het besluit van 23 oktober 2001 weliswaar te laat is ingediend, maar gedaagde als privaat persoon niet gehouden was de wijziging in zijn privé-adres aan appellant door te geven. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Anders dan de rechtbank overweegt de Raad als volgt.

De Raad stelt vast dat appellant het besluit van 23 oktober 2001 op juiste wijze bekend heeft gemaakt door dit aangetekend te verzenden naar het adres [adres], zijnde het adres waarop gedaagde op dat moment stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Voorts stelt de Raad vast dat het bezwaarschrift te laat is ingediend.
Met appellant is de Raad van oordeel dat het door gedaagde aangevoerde argument voor het te laat indienen van het bezwaarschrift in de bezwaarprocedure geen toereikende redenen zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Naar het oordeel van de Raad liggen de argumenten dat gedaagde feitelijk niet meer op voornoemd adres verbleef en zijn ex-echtgenote, aan wie hij de behandeling van de aan hem gerichte post had toevertrouwd, om haar moverende redenen zijn post heeft vernietigd in de risicosfeer van gedaagde en de gevolgen daarvan dienen voor rekening en risico van gedaagde te komen.

Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep en dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd en het inleidend beroep alsnog ongegrond te worden verklaard.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. G. van der Wiel en mr. R.C. Stam als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2004.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) A. Kovács.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x