Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AT6004
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 19-05-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Schadevergoeding en vergoeding van proceskosten.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/852 CSV




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft mr. L.E. Bindemann, belastingadviseur te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 9 januari 2004 met kenmerk 02/1235.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend en een nader stuk ingezonden.

Het geding ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 21 april 2005, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Gedaagde heeft bij besluit van 25 juli 2002 een zestal aan appellante opgelegde correctie- en boetenota’s gehandhaafd. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met bepalingen betreffende de vergoeding van proceskosten en griffierecht - het beroep tegen het besluit van 25 juli 2002 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

In hoger beroep heeft appellante zich uitsluitend gekeerd tegen de beslissingen van de rechtbank over het verzoek om schadevergoeding en over de vergoeding van proceskosten. Zij meent wel aanspraak te hebben op vergoeding van de kosten welke zij in de bezwaarfase heeft gemaakt.

De Raad overweegt het volgende.

Ingevolge artikel III van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures, Stb. 2002, 55, blijft artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zoals dit luidde voor 12 maart 2002 (het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet), van toepassing, indien het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt voor die datum is genomen. Dat is hier het geval, zodat de sedertdien bestaande wettelijke voorziening inzake veroordeling tot vergoeding van kosten van bezwaar hier niet van toepassing is. Voor de door appellante gevorderde vergoeding van kosten die zij in de bezwaarfase heeft gemaakt, geldt ingevolge vaste rechtspraak van de Raad dat deze in beginsel voor rekening van de betrokkene blijven en slechts in bijzondere gevallen voor vergoeding - op grond van artikel 8:73 van de Awb - in aanmerking komen. De Raad is evenals de rechtbank van oordeel dat van een dergelijk bijzonder geval geen sprake is. Met name kan van de primaire besluitvorming - in dit geval zijn dat de besluiten van gedaagde om aan appellante correctie- en boetenota’s op te leggen - niet worden gezegd dat deze dermate ernstige gebreken vertoont dat zou moeten worden geoordeeld dat gedaagde tegen beter weten in een onrechtmatig besluit heeft genomen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd met betrekking tot de rechtspraak van de Hoge Raad op dit punt heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

De Raad ziet evenmin aanleiding om de beslissing van de rechtbank betreffende de proceskostenvergoeding voor onjuist te houden.

Dit betekent dat de aangevallen uitspraak - voorzover aangevochten - moet worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten.

Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans en mr. R.C. Stam als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2005.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) J.P. Mulder.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x