Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AT9821
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 07-07-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vergoedingen op declaratiebasis voor maaltijden aan de werknemers die met werkzaamheden tijdens de avondopenstelling zijn belast. Loon in natura.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/450 CSV




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in de geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden heeft mr. L.J. van der Leije, adjunct-directeur Fiscale Zaken van de SNS Reaal Groep N.V., namens appellante hoger beroep ingesteld tegen een tussen partijen op 19 december 2002 onder kenmerk 01/2136 door de rechtbank ’s-Hertogenbosch gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 26 mei 2005, waar voor appellante, daartoe opgeroepen, is verschenen mr. S.J.A.M. Hemmer, werkzaam bij afdeling Fiscale Zaken van de SNS Reaal Groep N.V., terwijl voor gedaagde, eveneens daartoe opgeroepen is verschenen mr. M. Krikke, werkzaam bij het Uwv.




II. MOTIVERING


De Raad ontleent aan de gedingstukken de volgende feiten en omstandigheden.

In 2000 heeft gedaagde bij appellante een looncontrole uitgevoerd. Uit het looncontrolerapport van 5 september 2000 komt onder meer naar voren dat appellante aan haar werknemers die arbeid wegens avondopenstelling verrichten, tegen overlegging van een nota de kosten vergoedt van een elders genoten maaltijd. De basis hiervoor is neergelegd in de CAO voor het Bankbedrijf. Gedaagde heeft deze vergoedingen als loon in natura aangemerkt en onder dagtekening 21 december 2000 correctienota’s over de premiejaren 1995 tot en met 2000 opgelegd.

Bezwaar tegen deze correctienota’s is bij besluit van 24 juli 2001 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.

De Raad overweegt als volgt.

Uit het feitelijk substraat zoals dit uit het looncontrolerapport naar voren komt en ook uit de overige gedingstukken blijkt, dat appellante aan de werknemers die met werkzaamheden tijdens de avondopenstelling zijn belast geen maaltijden verstrekt, doch vergoedingen op declaratiebasis. Gedaagde (en in feite ook appellante) heeft de vraag of de onderhavige vergoedingen tot het premieloon behoren evenwel getoetst aan het bij en krachtens artikel 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) bepaalde. Dit betekent dat een onjuist toetsingskader is aangelegd. Toetsing had dienen plaats te vinden aan artikel 6, eerste lid onder k, van de CSV.

Het vorenstaande brengt mee dat de primaire besluiten en het bestreden besluit op een onjuiste wettelijke grondslag berusten en in rechte geen stand kunnen houden.
Dit geldt tevens voor de aangevallen uitspraak.

De Raad ziet geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Vernietigt het bestreden besluit van 24 juli 2001, alsmede de correctienota’s van 21 december 2000;
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een griffierecht wordt geheven van in totaal € 414,--.

Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. M.C.M. van Laar en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2005.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) J.P. Mulder.




Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (postbus 2303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van het begrip loon in de artikelen 4 tot en met 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x