Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AU4815
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-10-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Correctienota. Tijdens de looncontrole is geconstateerd dat er geen afschriften van geldig identiteitsbewijzen voorhanden waren van drie werknemers. Wet op de identificatieplicht. Beleid. Anoniementarief.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/1755 CSV




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante is hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank 's-Gravenhage op 16 februari 2005 onder kenmerk 04/1677 tussen partijen gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 29 september 2005, waar namens appellante is verschenen haar administrateur [naam], bijgestaan door A.A. Meulman, RA te Delft, terwijl gedaagde zoals tevoren schriftelijk bericht niet is verschenen.




II. MOTIVERING


Tijdens een bij appellante uitgevoerd boekenonderzoek, waarvan rapport is opgemaakt op 20 oktober 2003, is gebleken dat in de loonadministratie van appellante van een drietal werknemers een afschrift van een geldig identiteitsbewijs ontbrak. Gedaagde heeft appellante eenmalig in de gelegenheid gesteld de afschriften van de ontbrekende documenten alsnog binnen vier weken na datum looncontrole aan te leveren. Appellante heeft hiervan binnen de daartoe gestelde termijn geen gebruik gemaakt. Dit heeft geresulteerd in correctienota's over de jaren 2000 en 2001, waarbij gedaagde het zogenaamde anoniementarief heeft gehanteerd. In de bezwaarfase heeft appellante alsnog afschriften van documenten overgelegd. Voor zover van belang heeft gedaagde bij herzien besluit van 21 oktober 2004 het bezwaar van appellante tegen voornoemde nota's ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat tijdens de looncontrole geen identiteitsbewijzen konden worden overgelegd en de in bezwaar ingezonden documenten niet geldig waren op moment van indiensttreding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde dan ook terecht geconcludeerd dat appellante zich niet heeft gehouden aan de verplichting ingevolge de de Wet op de identificatieplicht (WID) om de identiteit van de werknemers vast te stellen aan de hand van een geldig document als bedoeld in artikel 1 van de WID en behoeft, gelet op het ter zake door gedaagde gevoerde beleid en de bestaande wettelijke verplichting, niet te worden afgezien van toepassing van het anoniementarief.

Appellante heeft de uitspraak van de rechtbank gemotiveerd bestreden.

Op grond van de bevindingen van de looninspecteur is naar het oordeel van de Raad terecht geconcludeerd dat appellante niet heeft voldaan aan de verplichting ingevolge de WID om een afschrift van het identiteitsbewijs van de werknemers in de loonadministratie op te nemen, nu de vereiste afschriften van de documenten niet in de loonadministratie zijn aangetroffen. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat ingevolge artikel 55, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) een rijbewijs geen document is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 of 2, van de WID, aan de hand waarvan appellante gehouden is de identiteit van een werknemer vast te stellen.

Een dergelijk verzuim kan ingevolge vaste jurisprudentie van deze Raad niet achteraf worden hersteld. Desondanks heeft gedaagde appellante een hersteltermijn geboden van vier weken na datum looncontrole. Hiervan heeft appellante echter niet tijdig gebruik gemaakt. Hiermee is gegeven dat appellante artikel 55, derde lid, van de Wet SUWI heeft overtreden. Dit betekent dat gedaagde gerechtigd was bij de brutering van de lonen het anoniementarief toe te passen.

Gelet op het vorenstaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2005.

(get.) R.C. Stam.

(get.) A. Kovács.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x