Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AU4820
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-10-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Oplegging van correctienota's omdat de PC-privé-regeling van appellante niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit PC Privé van 1998.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/1470 CSV




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante is hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Roermond op 20 januari 2005 onder kenmerk 04/581 tussen partijen gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 29 september 2005, waar partijen niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Naar aanleiding van bij appellante uitgevoerde looncontrole, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 23 oktober 2003, heeft gedaagde bij besluiten van 15 januari 2004 over de jaren 1999, 2000 en 2002 correctienota's opgelegd op de grond dat de PC-privé-regeling van appellante niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit PC Privé van 1998 (Scrt. 1998, 196), hierna: het Besluit.

De door appellante tegen die besluiten gemaakte bezwaren zijn bij besluit van 7 april 2004 ongegrond verklaard.

Het tegen dat besluit ingestelde beroep is ongegrond verklaard. De rechtbank is, kort gezegd, van oordeel dat gedaagde terecht en op goede gronden premies heeft nageheven omdat appellante bij de werknemers die gebruik maken van een PC-privé-project niet consequent het contractloon heeft verlaagd zoals dat in verband met artikel 2 van het Besluit is voorgeschreven. Er hebben wel maandelijks inhoudingen op het brutoloon plaatsgevonden, maar bij de berekening van het vakantiegeld is niet uitgegaan van het verlaagde brutoloon. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad volstaat daarbij met te verwijzen naar zijn uitspraken van onder meer 29 juli 2004, LJN AQ5984, 3 maart 2005, LJN AT3474 en 16 juni 2005, LJN AT8254.

Gelet op het vorenstaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2005.

(get.) R.C. Stam.

(get.) A.Kovács.




Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van het begrip loon in de artikelen 4 tot en met 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x