Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AU8303
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 08-12-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Hoofdelijke aansprakelijkheid voor verschuldigde premie werknemersverzekeringen. G-rekening. Verklaring van goed betalingsgedrag. Het UWV is niet gebonden aan het oordeel van de Belastingdienst.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/896 CSV en 04/897 CSV




U I T S P R A A K




in de gedingen tussen:

[appellante], gevestigd te Rotterdam, appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN


Namens appellante heeft [naam], bedrijfsleider bij appellante, hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 december 2003 met kenmerk 02/2185 en 02/2186.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

De gedingen zijn behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22 september 2005, waar voor appellante verschenen is [naam 2], directeur, en waar voor gedaagde zijn verschenen mr. M.M. Odijk en P.R.H. Min, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. MOTIVERING


Appellante is door gedaagde bij twee afzonderlijke besluiten van 28 december 2001 ingevolge artikel 16a van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een deel van de door [naam NV] Timmerwerken NV ([naam NV]) verschuldigde premies werknemersverzekeringen over de loontijdvakken 1996 en 1997, respectievelijk voor een deel van de door [naam BV] B.V. ([naam BV]) verschuldigde premies werknemersverzekeringen over de loontijdvakken 1997 en 1998.

Bij twee afzonderlijke besluiten van 12 juli 2002 heeft gedaagde de bezwaren tegen deze besluiten ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen de besluiten op bezwaar ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellante de aangevallen uitspraak gemotiveerd bestreden. Haar voornaamste grieven zijn dat appellante door storting op de G-rekening van [naam NV] aan haar verplichtingen heeft voldaan, dat er eind 1998 met betrekking tot [naam BV] nog een verklaring inzake goed betalingsgedrag is afgegeven, wat in de weg zou staan aan aansprakelijkstelling, dat gedaagde alvorens appellante aansprakelijk te stellen eerst de bestuurders van [naam NV] en [naam BV] aansprakelijk had moeten stellen en dat appellante in haar verdediging zou zijn geschaad, doordat gedaagde niet alle relevante stukken in het geding heeft gebracht.

De Raad heeft in deze beroepsgronden echter geen aanleiding gevonden om de uitspraak van de rechtbank voor onjuist te houden. Hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep naar voren is gebracht, is in essentie een herhaling van hetgeen in eerste aanleg al is aangevoerd. De Raad kan zich ten volle vinden in het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel berust.

De Raad voegt hieraan toe dat hij, met betrekking tot de grief van appellante dat gedaagde de Belastingdienst in haar besluit af te zien van aansprakelijkstelling zou moeten volgen, met gedaagde en conform zijn vaste jurisprudentie van oordeel is dat gedaagde in het algemeen en ook in het onderhavige geval niet gebonden kan worden geacht aan een door de Belastingdienst ingenomen standpunt, aangezien gedaagde ter zake van de aansprakelijkstelling een eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft.

Gezien het voorgaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. G. van der Wiel en mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 8 december 2005.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) J.P. Mulder.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x