Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AY5382
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 27-07-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Zijn over de dagen waarop niet is gewerkt maar wel loon is ontvangen premies voor de sociale werknemersverzekeringswetten verschuldigd?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/1514 CSV, 05/1516 CSV en 05/1518 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante 1], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante 1),
[appellante 2], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante 2), en
[appellante 3], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante 3),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 14 februari 2005, 04/621, 04/622 en 04/623 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

appellante 1, 2 en 3

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 juli 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante 1, 2 en 3 heeft mr. A.L. Kook, werkzaam bij Noordelijke Accountantsunie te Sneek, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.

De onderzoeken ter zitting zijn gevoegd ter behandeling aan de orde gesteld op 15 juni 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat voor zijn oordeelsvorming uit van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de daarop berustende regelgeving, zoals die luidde ten tijde hier van belang.

Bij besluiten van 24 februari 2004 heeft het Uwv ten aanzien van appellantes de premies ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten voor het jaar 2003 definitief vastgesteld. De daartegen gerichte bezwaren zijn bij besluiten van respectievelijk 28 mei 2004, 10 mei 2004 en 2 juni 2004 (hierna: de bestreden besluiten) ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv allereerst overwogen dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 mei 2001 (gepubliceerd in RSV 2001/184), naar zijn mening uitsluitend is gedaan in het licht van de aan die uitspraak ten grondslag liggende casus, betreffende premieheffing sociale werknemersverzekeringswetten over het loon van personen die werkzaam zijn in een arbeidspatroon van veertien dagen op en veertien dagen af in de offshore. Voorts heeft het Uwv zijn opvatting gehandhaafd dat deze uitspraak van de Raad niet tot gevolg kan hebben dat slechts over de dagen waarop een werknemer werkzaamheden heeft verricht en uit dien hoofde loon heeft genoten, premies sociale werknemersverzekeringswetten kunnen worden geheven.

Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank - daarbij verwijzend naar de Regeling loondagen van de Minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid van 3 februari 2004, Stcrt. 2004, 29 - tot het oordeel gekomen dat het Uwv zich bij de bestreden besluiten terecht op het standpunt heeft gesteld dat de dagen waarop niet is gewerkt, maar wel loon is genoten ingevolge artikel 9 van de CSV, moeten worden betrokken bij de premieheffing werknemersverzekeringen en dat derhalve de bestreden besluiten in rechte stand houden. Daaraan kan niet afdoen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 mei 2001 (gepubliceerd in RSV 2001/184) nu deze uitspraak ziet op een bijzonder arbeidspatroon. De Centrale Raad van Beroep heeft in die uitspraak slechts een oordeel gegeven over wat verstaan moet worden onder het aantal dagen waarover de werknemer loon heeft genoten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de CSV in een specifieke zaak, waarin het ging om werknemers die werken op 14 aaneengesloten dagen per 4 weken en die op die dagen 12 uren werken en 12 uren rusten, terwijl de loonbetaling eens per 4 weken plaatsvond.

Appellantes kunnen zich met deze uitspraak niet verenigen en zijn, daarbij verwijzend naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 mei 2001, van mening dat onder het begrip “loondagen” dient te worden verstaan de dagen waarop een werknemer tegen loon feitelijk heeft gewerkt. Als gevolg daarvan zijn de aan hen opgelegde afrekeningnota’s SV over 2003 naar een te hoog premiebedrag berekend. Daaraan kan in hun visie niet afdoen de door de rechtbank genoemde regeling, nu de daarin vervatte overgangsbepaling voor zover al niet in strijd zijnde met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel, in strijd moet worden geacht met artikel 1 van het Eerste Protocol behorende bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het Uwv blijft zich op het standpunt stellen dat de Centrale Raad van Beroep een te beperkte uitleg aan het begrip loondagen geeft. De uitleg van de Centrale Raad van Beroep dat onder loondagen moet worden verstaan “de dagen waarop een werknemer tegen loon heeft gewerkt” acht het Uwv in strijd met de letterlijke tekst van artikel 9 van de CSV, en overigens ook met de bedoeling van de wetgever. Ter ondersteuning van dit standpunt wijst het Uwv er op dat in het gehele systeem van de premieheffing werknemersverzekeringen geen verband wordt gelegd met daadwerkelijk verrichte arbeid en het ook niet de bedoeling van de wetgever is geweest om alleen arbeidsdagen als loondagen aan te merken. Toepassing van de door de Centrale Raad van Beroep gegeven definitie van het begrip loondag zou immers tot onaanvaardbare rechtsongelijkheid leiden omdat bij gelijke lonen dan verschillende bedragen aan premies verschuldigd zou zijn. Bovendien zouden op deze wijze dagen waarover wel loon is genoten, maar waarop geen arbeid is verricht niet als loondagen kunnen worden aangemerkt. Het Uwv is dan ook van oordeel dat de zinsnede in artikel 9, eerste lid en eerste volzin, van de CSV, waarin wordt gerefereerd aan “dagen waarover loon is genoten” dient te worden gelezen als “dagen waarover loon of een aan loon gelijkgestelde uitkering is genoten”. Het Uwv acht zich in deze mening gesteund door de Regeling loondagen van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 februari 2004, Stcrt. 2004, 29, waarin is verduidelijkt dat ook dagen waarop niet is gewerkt, maar waarover wel loon is ontvangen, als loondagen aangemerkt moeten worden.

Naar aanleiding van het door partijen gestelde is in hoger beroep de vraag aan de orde of over dagen waarop niet is gewerkt maar wel loon is ontvangen, premies voor de sociale werknemersverzekeringswetten verschuldigd zijn.

De Raad overweegt dienaangaande het volgende.

Met de rechtbank beantwoordt de Raad bovenstaande vraag bevestigend.
Zoals de Raad onder meer in zijn uitspraak van 28 juli 2005, gepubliceerd in RSV 2005/255, dienaangaande reeds tot uitdrukking heeft gebracht, heeft de minister op grond van artikel 9, tiende lid, van de CSV bij besluit van 3 februari 2004 nadere regels gesteld ter verduidelijking van het begrip dagen waarover de werknemer loon heeft genoten als bedoeld in artikel 9 van de CSV. In het licht van deze regeling dient de in deze gedingen aan de orde zijnde vraag bevestigend te worden beantwoord. Gesteld noch gebleken is dat de dagen waarover appellantes loon hebben betaald, doch op welke dagen niet is gewerkt, geen dagen betreffen als bedoeld in deze regeling.

Met betrekking tot hetgeen door appellantes is gesteld omtrent de terugwerkende kracht van deze regeling is de Raad met de rechtbank van oordeel dat er geen sprake van kan zijn dat zulks een schending oplevert van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dan wel van de door appellantes genoemde verdragsbepaling. Daarbij tekent de Raad, onder verwijzing eveneens naar zijn hierboven vermelde uitspraak van 28 juli 2005, aan dat de regeling niets anders inhoudt dan een verduidelijking van in het bijzonder het bepaalde in artikel 9, eerste lid en eerste volzin, van de CSV, meer in het bijzonder van de daarin vervatte zinsnede “het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak, waarover de werknemer loon heeft genoten”. Deze zinsnede biedt geen steun voor de opvatting van appellantes dat artikel 9, eerste lid en eerste volzin, van de CSV enkel ziet op dagen waarover loon is ontvangen en waarop is gewerkt. Deze steun is evenmin te vinden in ’s Raads uitspraak van 31 mei 2001 en in de in die uitspraak vermelde uitspraken, nu de uitspraak van 31 mei 2001 ziet op een specifieke, zich in de offshore voordoende situatie van een arbeidspatroon van 14 dagen op en 14 dagen af en in het licht hiervan in het bijzonder op het bepaalde in artikel 9, vijfde lid, van de CSV. Bovendien werden partijen bij die uitspraak niet verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of ook over dagen, als door appellantes genoemd, premies zijn verschuldigd. Dit laatste is daarbij ook niet ten principale aan de orde geweest.

Uit het vorengaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2006.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x