Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AY5674
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-07-2006
Soort procedure: herziening
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing van het verzoek om herziening omdat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/5770 CSV




U I T S P R A A K




als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2003, 00/4963 en 00/4995 CSV, (hierna: betrokken uitspraak),

in het geding tussen:

verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 juli 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens verzoeker heeft mr. L.J.L. Heukels, advocaat te Haarlem, herziening verzocht van de betrokken uitspraak.

Het Uwv heef een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 april 2006. Verzoeker is daar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Heukels, voornoemd, en namens het Uwv is verschenen mr. R. Hofland, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. OVERWEGINGEN


In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of van de zijde van verzoeker gronden zijn aangevoerd die tot herziening van de betrokken uitspraak kunnen leiden.

De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend en heeft daartoe het volgende overwogen.

Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad alleen, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vˇˇr de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vˇˇr de uitspraak niet bekend waren en
redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Namens verzoeker is aangevoerd dat de Raad bij de betrokkene uitspraak enkele destijds door verzoeker aangevoerde argumenten over het hoofd heeft gezien.

Hetgeen door verzoeker is aangevoerd kan niet worden aangemerkt als feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. De Raad wijst erop dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

Op grond van het vorenoverwogene komt de Raad dan ook tot de conclusie dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en H.C. Cusell als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x