Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AY6125
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 10-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Hoogte van het bedrag waarmee over het jaar 1998 de totale loonsom over het geheel van de onderscheidene projecten van het betrokken bedrijf dient te worden gecorrigeerd.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/328 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 5 december 2003, 03/134 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. A.C. Dekker, advocaat te Hoorn, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft van verweer gediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op respectievelijk 14 juli 2005 en - nadat een schikking niet haalbaar bleek - 13 juli 2006.

Bij die gelegenheid heeft appellante zich doen vertegenwoordigen door mr. Dekker als raadsman, terwijl het Uwv is verschenen bij gemachtigde mr. M.J. Lustenhouwer, vergezeld van mw. Y. Wiedijk, kwaliteitsmedewerkster premie en toezicht oudere jaren, beiden werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.




II. OVERWEGINGEN


In hoger beroep zijn partijen nog slechts verdeeld over de hoogte van het bedrag waarmede over het jaar 1998 de totale loonsom over het geheel van de onderscheidene projecten van het bedrijf van appellante dient te worden gecorrigeerd.

In het na bezwaar genomen besluit van het Uwv van 13 december 2002, dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft onderschreven, heeft het Uwv zich gegeven de zwarte beloning en ondeugdelijke administratie van appellante genoopt gezien tot een geschatte berekening welke erop neerkomt dat een bedrag van f 225.000,-- aan loonkosten door appellante te weinig zou zijn opgegeven. In een door de Raad bevorderde, inzichtelijke herziene berekening van 24 november 2005 is mw. Y. Wiedijk van de looninspectie van het Uwv uiteindelijk tot een gemotiveerde correctie van slechts f 56.082,-- aan loonsom over 1998 gekomen op basis van drie dagen intensieve onderzoeksarbeid aan en een gedegen analyse en gewogen keuze op basis van een representatieve selectie van bekeken omzetfacturen, waarin werkelijke loonkosten verifieerbaar van overige bedrijfskosten konden worden afgesplitst. Bij deze nadere berekening, welke door de inspectie omstandig is toegelicht ter zitting van de Raad, heeft het Uwv zich geheel aangesloten.

Appellante kan zich ook met deze aanzienlijke neerwaartse correctie van loonkosten voor 1998 niet verenigen. Zij stelt zich op het standpunt dat aan de hand van geredde offertes voor aangenomen werk nog meer facturen, waaruit geen uitsplitsing tussen loonsom en materiaal direct valt af te leiden zoals bij de gekozen regiefacturen, in de nadere berekening hadden moeten worden betrokken. Zij komt alsdan tot de conclusie dat er geen enkele ruimte is voor het opleggen van welke correctie dan ook voor haar bedrijf over 1998. Zij heeft daartoe ook aanvullende argumenten gegeven en alternatieve berekeningen verstrekt.

De Raad overweegt te dien aanzien dat hij appellante in haar benadering niet kan volgen.
Vooropgesteld blijft immers dat het Uwv tot een gewogen geschatte berekening van de loonkosten moest komen, nu appellante in 1998 personeel op aanzienlijke schaal zwart beloond heeft zonder dat hieraan een deugdelijke administratie en verantwoording ten grondslag is gelegd. Zo vertoonden ook de werkurenlijsten nogal eens gebreken en waren de branches van tewerkstelling niet altijd even duidelijk. Naar het oordeel van de Raad voldoet de nadere weloverwogen berekening van het Uwv met gebruikmaking van een aantal geselecteerde hanteerbare facturen zowel genoegzaam aan de eisen van zorgvuldigheid en inzichtelijkheid als ook aan de redelijkheid. Nu het hier om een schatting gaat, ziet de Raad geen aanleiding om van het Uwv te vergen dat het overgaat tot een integrale herberekening van alle - soorten - facturen als ware elke post exact te traceren. Het is daarenboven onder de gegeven aan appellante te wijten omstandigheden niet aan haar de selectie van mee te rekenen facturen uitputtend en naar haar interpretatie te bepalen. Reeds hierom hebben de alternatieve (eind)berekeningen van appellante de Raad dan ook niet tot een andere overtuiging kunnen brengen.

Het hoger beroep van appellante kan dan ook niet slagen voorzover zij hiermede naar strekking en conclusie een absolute nihilstelling van de correcties over 1998 beoogt te bewerkstelligen.

Wel slaagt het hoger beroep voorzover appellante en het Uwv zich beide kunnen vinden in de verantwoorde neerwaartse correctie over 1998 welke voortvloeit uit de heroverwogen schatting van loonkosten in het meergenoemde nader rapport van mw. Wiedijk.

Een en ander brengt mee dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt, evenals het na bezwaar genomen besluit van 13 december 2002. Het Uwv zal een nieuw besluit moeten nemen op het bezwaar tegen de correctienota over het jaar 1998 uitgaande van een bedrag aan niet verantwoord premieloon over dat jaar van f 56.082,--.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze worden begroot op € 644,-- in beroep en op € 966,-- in hoger beroep, wegens verleende rechtsbijstand.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het besluit van 13 december 2002 gegrond en vernietigt dat besluit voorzover daarbij het bezwaar tegen de correctienota over 1998 ongegrond is verklaard;
Bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante ten bedrage van € 1.610,-- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van f 666,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en B.J. van der Net en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2006.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x