Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AY8614
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 31-08-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Onjuiste vaststelling van de loondagen. Arbeidspatroon in de offshore: veertien dagen op en veertien dagen af. Dient de opslag van 11% voor vakantie- en verlofdagen te worden betrokken bij de premieberekening?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/1084 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 januari 2005, 04/705 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 31 augustus 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. J. van der Bend, werkzaam bij Van der Bend Belastingadvies te Oegstgeest, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2006, waar alleen appellante is verschenen en wel bij haar gemachtigde mr. J. van der Bend, voornoemd.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat voor zijn oordeelsvorming uit van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de daarop berustende regelgeving, zoals die luidde ten tijde hier van belang.

Bij appellante is door de looninspectie van het Uwv op 24 december 2002 een looncontrole gehouden. Op basis van de resultaten van deze looncontrole, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in het looncontrolerapport van 24 december 2002, heeft het Uwv appellante bij besluit van 5 augustus 2003 een afrekening SV correctie over 2001 doen toekomen. De correctie heeft betrekking op de constatering van de looninspecteur dat appellante het aantal loondagen niet juist heeft vastgesteld door slechts de dagen waarop daadwerkelijk gewerkt is als loondag aan te merken en buiten de loonadministratie te houden de met de werknemers overeengekomen opslag van 11% voor vakantie- en verlofdagen. De bezwaren daartegen zijn bij besluit van 7 januari 2004 (hierna: het bestreden besluit) voor zover gericht tegen de correctienota ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv allereerst overwogen dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 mei 2001, naar zijn mening uitsluitend is gedaan in het licht van de aan die uitspraak ten grondslag liggende casus, betreffende premieheffing sociale werknemersverzekeringswetten over het loon van personen die werkzaam zijn in een arbeidspatroon van veertien dagen op en veertien dagen af in de offshore. Voorts heeft het Uwv zijn opvatting gehandhaafd dat deze uitspraak van de Raad niet tot gevolg kan hebben dat slechts over de dagen waarop een werknemer werkzaamheden heeft verricht en uit dien hoofde loon heeft genoten, premies sociale werknemersverzekeringswetten kunnen worden geheven.

Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank, zich daarbij beperkend tot de kern van de zaak, te weten wat in artikel 9 van de CSV moet worden verstaan onder het aantal dagen waarover de werknemer loon heeft genoten, tot het oordeel gekomen dat het bestreden besluit in rechte stand houdt.

Appellante kan zich met deze uitspraak niet verenigen en is, daarbij verwijzend naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 mei 2001, van mening dat onder het begrip “loondagen” dient te worden verstaan de dagen waarop een werknemer tegen loon feitelijk heeft gewerkt. Als gevolg daarvan is de aan haar opgelegde afrekening correctienota SV over 2001 naar een te hoog premiebedrag berekend. Daaraan kan, volgens appellante, niet afdoen de nieuwe regeling loondagen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 februari 2004 waarop gedaagde zich beroept en welke een terugwerkende kracht kent naar 1 januari 1995. Appellante beroep zicht daarbij op het fair trial beginsel en equality of arms.

Het Uwv kan zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank.

Naar aanleiding van hetgeen partijen hebben aangevoerd overweegt de Raad allereerst dat appellante zowel in bezwaar als in beroep heeft gesteld dat zij geen premies is verschuldigd over dagen waarop door haar werknemers niet is gewerkt maar door hen wel loon is genoten in de vorm van een opslag voor vakantie- en verlofdagen. In het verlengde hiervan moet de Raad vaststellen dat zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank betrekking hebben op de vraag of over dagen waarop niet is gewerkt maar wel loon is ontvangen, premies voor de sociale werknemersverzekeringswetten zijn verschuldigd. Dit betekent dat ook in hoger beroep allereerst deze vraag aan de orde is.

Hiervan uitgaande overweegt de Raad het volgende.

Met de rechtbank beantwoordt de Raad bovenstaande vraag bevestigend.
Zoals de Raad onder meer in zijn uitspraak van 28 juli 2005 (LJN AU0314) dienaangaande reeds tot uitdrukking heeft gebracht, heeft de minister op grond van artikel 9, tiende lid, van de CSV bij besluit van 3 februari 2004 nadere regels gesteld ter verduidelijking van het begrip dagen waarover de werknemer loon heeft genoten als bedoeld in artikel 9 van de CSV. In het licht van deze regeling dient de in dit geding aan de orde zijnde vraag bevestigend te worden beantwoord. Gesteld noch gebleken is dat de dagen waarover appellante loon heeft betaald in de vorm van een opslag voor vakantie- en verlofdagen, doch op welke dagen niet is gewerkt, geen dagen betreffen als bedoeld in deze regeling.

Met betrekking tot het door appellante gestelde omtrent de terugwerkende kracht van deze regeling is de Raad met het Uwv van oordeel dat, wat daarvan ook verder moge zijn, er geen sprake van kan zijn dat zulks een schending oplevert van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dan wel van de door appellante genoemde fair trial beginsel of equality of arms. Deze regeling houdt immers niets anders in dan een verduidelijking van in het bijzonder het bepaalde in artikel 9, eerste lid en eerste volzin, van de CSV, meer in het bijzonder van de daarin vervatte zinsnede “het aantal dagen van het premie-betalingstijdvak, waarover de werknemer loon heeft genoten”. Deze zinsnede biedt geen steun voor de opvatting van appellante dat artikel 9, eerste lid en eerste volzin, van de CSV enkel ziet op dagen waarover loon is ontvangen en waarop is gewerkt. Deze steun is evenmin te vinden in de uitspraak van de Raad van 31 mei 2001 en in de in die uitspraak vermelde uitspraken, nu de uitspraak van 31 mei 2001 ziet op een specifieke, zich in de offshore voordoende situatie van een arbeidspatroon van veertien dagen op en veertien dagen af en in het licht hiervan in het bijzonder op het bepaalde in artikel 9, vijfde lid, van de CSV. Bovendien werden partijen bij die uitspraak niet verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of ook over dagen, als door appellante genoemd in haar bezwaar- en beroepschrift, premies zijn verschuldigd. Dit laatste is daarbij dan ook niet ten principale aan de orde geweest.

Hetgeen dienaangaande namens appellante ter zitting van de Raad nog is aangevoerd kan aan het bovenstaande niet afdoen.

Gelet op vorenstaande is de Raad van oordeel dat het Uwv bij de berekening van de premie over het jaar 2001 terecht de opslag vakantie- en verlofdagen erbij heeft betrokken.

Uit het bovenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.M.T. Kruls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2006.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) C.M.T. Kruls.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x