Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AZ7042
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 11-01-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Het enkele feit dat betrokkenen ook als zelfstandig ondernemers zouden zijn aan te merken, laat onverlet dat zij ten opzichte van het betrokken bedrijf werkzaam kunnen zijn geweest in een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Verzekeringsplicht. Is er sprake van opzet of grove schuld?
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/828 CSV en 06/1084 CSV




U I T S P R A A K



  
op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2005, kenmerk 05/1895 en 05/1896 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 januari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. H.J.S.M. Nuijten, werkzaam bij Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2006. Namens appellante is verschenen [naam directeur], directeur van appellante, bijgestaan door mr. Nuijten, voornoemd. Het Uwv heeft zich, zoals was aangekondigd, niet doen vertegenwoordigen.




II. OVERWEGINGEN


De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de daarop rustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

De rechtsvoorganger van appellante, [appellante] (hierna eveneens appellante genaamd) exploiteerde ten tijde hier van belang een scheepsbouw- en scheepsreparatiebedrijf. Tijdens een looncontrole in 2003 is de looninspecteur gebleken dat appellante in 1999, 2000 en 2001 gebruik heeft gemaakt van de diensten van [naam bedrijf]. Het betreft een vennootschap onder firma waarvan [vennoot 1] en [vennoot 2] de vennoten zijn en die geen personeel in dienst heeft.
Voorts is de looninspecteur gebleken dat appellante in 2000 en 2001 gebruik heeft gemaakt van [naam bedrijf 2]. De looninspecteur heeft geconcludeerd dat [betrokkenen] (verder te noemen: betrokkenen) in privaatrechtelijke dienstbetrekking voor appellante werkzaam zijn geweest. Dit heeft geleid tot correctie- en boetenota’s van 29 november 2004 en 1 december 2004 over 1999 tot en met 2001. Tevens is op 29 november 2004 een besluit tot verzuimregistratie over 1999 afgegeven. Bij afzonderlijke besluiten op bezwaar van 20 maart 2005 is het bezwaar tegen deze besluiten ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft de beroepen tegen de besluiten van 20 maart 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij geconcludeerd dat aan alle voorwaarden voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. Ten aanzien van de boetenota’s heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv op goede gronden heeft aangenomen dat er sprake is van opzet of grove schuld.
Namens appellante is in hoger beroep met name bestreden dat er sprake is van een gezagsverhouding. Betrokkenen zijn zelfstandig ondernemers en hebben naast appellante meerdere andere opdrachtgevers. Daarbij heeft appellante gewezen op het feit dat betrokkenen met ingang van 2002 over een zogeheten VAR-WUO beschikken.
Ten aanzien van de opgelegde boetes heeft appellante primair betoogd dat er geen sprake is van opzet of grove schuld.

De Raad overweegt als volgt.

Met de rechtbank en op de door haar vermelde gronden is ook de Raad van oordeel dat betrokkenen in privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren voor appellante. Het enkele feit dat betrokkenen ook als zelfstandig ondernemers zouden zijn aan te merken, laat naar vaste rechtspraak van de Raad (verwezen wordt naar de uitspraak van 13 januari 2005, LJN AS3988) onverlet dat zij ten opzichte van appellante werkzaam kunnen zijn geweest in een privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringwetten. Aan het feit dat betrokkenen vanaf een later moment over een zogeheten VAR-WUO verklaring beschikten kan dan ook geen betekenis worden toegekend. De Raad wil voorts niet onvermeld laten dat het jaarlijks bepaald niet om een gering aantal dagen ging dat de betrokkenen werkzaam zijn geweest voor appellante.

Met betrekking tot de aanwezigheid van een gezagsverhouding acht de Raad voorts van belang dat naar vaste jurisprudentie van de Raad (verwezen wordt naar de uitspraak van de Raad van 11 mei 2004, LJN AO9646) niet is vereist dat daadwerkelijk instructies worden gegeven, maar dat voldoende is dat de mogelijkheid bestaat tot het geven van aanwijzingen dan wel het uitoefenen van controle en/of toezicht. In dat verband overweegt de Raad dat de werkzaamheden die betrokkenen voor appellante hebben verricht (en die niet afweken van de werkzaamheden die de overige werknemers van appellante uitvoerden) behoren tot de kernactiviteiten van het bedrijf van appellante en essentieel waren voor de instandhouding van de bedrijfsvoering. Niet betrokkenen maar appellante wordt op het eindresultaat afgerekend door de opdrachtgevers van appellante. De werkzaamheden van betrokkenen waren organisatorisch en ook structureel volledig ingebed in de bedrijfsvoering van appellante. Onder dergelijke omstandigheden is niet voorstelbaar dat betrokkenen in voorkomende gevallen niet gehouden zouden zijn organisatorische of werkinhoudelijke aanwijzingen van appellante op te volgen. Terecht is dan ook door de rechtbank de aanwezigheid van een gezagsverhouding aangenomen. Dat betrokkenen gebruik maakten van eigen vervoer en eigen gereedschap, maakt het voorgaande niet anders, te minder daar betrokkenen de werkzaamheden op de werkplaats van appellante hebben verricht.

Met betrekking tot de boeten verwijst de Raad eveneens naar zijn vaste jurisprudentie (verwezen wordt naar de uitspraak van 9 maart 2006, LJN AV5901). Appellante heeft over de jaren 1999 tot en met 2001 geen volledige loonopgave heeft gedaan, hetgeen een overtreding is van het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Naar het oordeel van de Raad heeft gedaagde deze overtredingen terecht gekwalificeerd als een vergrijp. Gelet op artikel 10 van de CSV behoort het tot de verantwoordelijkheid van appellante als werkgever om een volledige en juiste loonopgave te doen. Overtreding van de loonopgaveverplichting is dan ook als een ernstige nalatigheid te kwalificeren en derhalve te wijten aan grove schuld van de werkgever. Dit is slechts anders indien de werkgever omstandigheden aanvoert en zonodig aannemelijk maakt, waaruit volgt dat de overtreding niet aan zijn grove schuld is te wijten. Deze situatie doet zich hier niet voor. Gelet op de op haar rustende loonopgaveverplichting mocht van appellante worden verwacht dat zij zich ervan vergewiste of van door haar in verband met arbeid gedane betalingen loonopgave moest worden gedaan. De Raad stelt vast dat appellante dit heeft nagelaten. De rechtbank heeft dan ook terecht geconcludeerd dat er sprake is geweest van grove schuld aan de zijde van appellante.

Het voorgaande leidt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D. Olthof als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2007.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) D. Olthof.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x