Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AZ7169
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 11-01-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Het risico dat verbonden is aan verzending per fax, indien er geen bewijs van verzending is van zo’n bericht, komt voor rekening van de verzender.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/3457 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 31 mei 2006, 05/655 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[betrokkene], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 11 januari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Appellant is in hoger beroep gekomen van de aangevallen uitspraak.

Namens betrokkene heeft mr. drs. R. Heerze, werkzaam bij Heerze + Partners te Enschede, een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op 14 november 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 2 augustus 2004 heeft appellant ten aanzien van betrokkene een aanvullende definitieve premienota 2001 opgelegd.

Bij brief van 5 oktober 2004 heeft appellant betrokkene bericht dat op 29 september 2004 middels een fax een bezwaarschrift tegen het besluit was ontvangen.
Betrokkene heeft bij brief van 2 november 2004 gemeld aan appellant dat op 10 augustus 2004 reeds bezwaar is gemaakt tegen het besluit.

Bij brief van 18 april 2005 heeft appellant betrokkene in de gelegenheid gesteld om kenbaar te maken waarom het bezwaar te laat is ingediend, dan wel om een bewijs van aangetekende verzending te overleggen waaruit een tijdige verzending van het bezwaarschrift blijkt, waarop betrokkene heeft gereageerd bij schrijven van 22 april 2005 (met bijlagen).

Appellant heeft bij besluit van 26 april 2005 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

In beroep heeft betrokkene aangevoerd dat uit de bewijsstukken blijkt dat de fax in goede orde door het UWV is ontvangen op 10 augustus 2004. De bewijsstukken bestaan uit het in bezwaar overgelegde faxrapport, het “Activiteitenlogboek” en een uitdraai van “Factuur Online” van KPN met de in rekening gebrachte kosten van de door het faxapparaat van Heerze en Partners op en rond 10 augustus 2004 geïnitieerde contacten.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Door de rechtbank is aangenomen dat uit de factuur van KPN blijkt dat het faxapparaat van Heerze en Partners op 10 augustus 2004, om 17.21 uur, contact heeft geïnitieerd met het faxapparaat van appellant, waarvan het nummer (033-4216600) op de premienota is vermeld. Nu datum en tijd op het oproeprapport en in het activiteitenlogboek overeenkomen met de op de factuur vermelde datum en tijd, is hiermee naar het oordeel van de rechtbank in dit geval sluitend bewijs geleverd dat het bezwaarschrift op 10 augustus 2004 in goede orde is ontvangen door appellant.
In hoger beroep is door appellant bestreden dat het overleggen van genoemde stukken in samenhang bezien sluitend bewijs levert. Appellant verwijst hierbij naar de uitspraak van de Raad van 11 augustus 2004, LJN AQ7206.

In dit geding dient de vraag beantwoord te worden of appellant het bezwaar van betrokkene bij besluit van 26 april 2005 terecht en op juiste gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat betrokkene niet binnen de ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken een bezwaarschrift heeft ingediend. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.

Het is een toelaatbare wijze van verzending om het rechtsmiddel van bezwaar aan te wenden door middel van een fax. Het risico dat hieraan verbonden is, indien er geen bewijs van verzending is van zo’n bericht, komt voor rekening van de verzender.
Dat brengt met zich dat, mocht ontvangst aan de andere zijde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van de verzender ligt de verzending aannemelijk te maken.

In tegenstelling tot de rechtbank meent de Raad dat niet kan worden gesteld dat nu datum en tijd op het oproeprapport en in het activiteitenlogboek overeenkomen met de op de factuur vermelde datum en tijd, hiermee sluitend bewijs is geleverd. Conform jurisprudentie van de Raad is het overleggen van een verzendjournaal met de melding “OK” onvoldoende om aannemelijk te achten dat het bezwaarschrift op 10 augustus 2005 is ingediend. Wat betreft de verzending van een stuk per fax merkt de Raad op dat de status “OK” op een verzendjournaal een indicatie, maar geen sluitend bewijs vormt dat het betreffende geschrift door de geadresseerde in goede orde is ontvangen. Ook de overlegde gespreksspecificatie van KPN Telecom B.V. vormt naar het oordeel van de Raad geen sluitend bewijs dat het bezwaarschrift is ontvangen.

Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Beslist wordt als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D. Olthof als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2007.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D. Olthof.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x