Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AZ7179
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 11-01-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Oplegging van correctie- en boetenota's over de jaren in geding. Een werkgever zal zich er in het algemeen van bewust moeten zijn welke loonopgaven hij moet doen en bij twijfel dient hij informatie in te winnen bij het UWV.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/1490 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2006, 04/1523 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[naam BV], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 11 januari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Bij beroepschrift van 3 maart 2006 heeft appellant hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. H. Kroon, advocaat te Hilversum, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2006, waar appellant niet is verschenen. Namens betrokkene is verschenen mr. H. Kroon, voornoemd, en de heer H. Petiet.




II. OVERWEGINGEN


Naar aanleiding van een bij betrokkene gehouden looncontrole heeft appellant correctie- en boetenota’s opgelegd over de premiejaren 1998 tot en met 2001 ter zake van ten onrechte niet verantwoorde loonbetalingen. In verband met de opgelegde boetes heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat sprake is van opzet of grove schuld van de zijde van betrokkene.

Bij besluit van 1 maart 2004, hierna het bestreden besluit, heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen voormelde besluiten ongegrond verklaard. Betrokkene heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, voor zover dat betrekking heeft op de opgelegde boetenota’s. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit dient te nemen, met toekenning van een proceskostenveroordeling en vergoeding van griffierecht. De rechtbank heeft daartoe - kort gezegd - overwogen dat appellant onvoldoende gerespondeerd heeft op betrokkenes stelling dat sprake is van een pleitbaar standpunt.

De Raad overweegt als volgt.

Appellant is tot premiecorrectie ten laste van betrokkene overgegaan ter zake van betalingen aan voor betrokkene werkzame makelaars, welke door betrokkene als niet verplicht verzekerd zijn aangemerkt. In het kader van de boeteoplegging heeft betrokkene gesteld dat sprake is van een pleitbaar standpunt. Daarbij heeft betrokkene gewezen op een door de Belastingdienst in 1997 verrichte controle. Die controle beperkte zich tot de post Werk Derden en heeft niet geleid tot opmerkingen van de zijde van de Belastingdienst. Betrokkene meende derhalve er vanuit te mogen gaan dat geen sprake was van verzekeringsplichtige arbeidsverhoudingen, zodat geen sprake is van opzet of grove schuld.

De Raad stelt voorop dat een werkgever zich, op grond van vaste jurisprudentie, er in het algemeen van bewust zal moeten zijn welke loonopgaven hij moet doen en bij twijfel informatie dient in te winnen bij appellant. Niet in geding is dat betrokkene een onjuiste loonopgave heeft gedaan. Nu betrokkene geen informatie heeft ingewonnen bij appellant met betrekking tot de verzekeringspositie van de betreffende makelaars, dient in beginsel te worden uitgegaan van opzet of grove schuld. De Raad ziet in het feit, dat de Belastingdienst kennelijk ten aanzien van de betreffende of vergelijkbare arbeidsverhoudingen een ander standpunt heeft ingenomen, geen aanleiding voor een ander oordeel. Appellant is volgens vaste jurisprudentie van de Raad niet aan het standpunt van de Belastingdienst gebonden, zodat betrokkene zich had moeten realiseren dat mogelijk sprake is van werknemerschap en daarin aanleiding kunnen zien informatie in te winnen. Van een pleitbaar standpunt is dan ook geen sprake.

De aangevallen uitspraak kan op grond van het voorgaande niet in stand blijven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D. Olthof als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2007.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D. Olthof.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x