Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AZ7912
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 25-01-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Overtreding van de mededelingsverplichting met betrekking tot een loonsomwijziging die meer dan 5%, doch ten minste €2269,- hoger is dan het loonbedrag waarop de voorschotnota is gebaseerd. De risico's van verzending per fax van een voorschot-correctieformulier komen voor rekening van de verzender.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/5163 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 juli 2006, 05/1956 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[naam BV], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 25 januari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 januari 2007. Appellant heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. W. Zwanink, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene heeft zich doen vertegenwoordigen door M. Mulder, hoofd financiën bij betrokkene.




II. OVERWEGINGEN


De Raad stelt voorop dat het in geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de daarop rustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Betrokkene heeft onder meer ten doel het verlenen van diensten op het gebied van schoonmaak, onderhoud, reparatie en conservering van gebouwen, terreinen en andere complexen. Bij het opmaken van de afrekeningnota over het jaar 2003 heeft appellant geconstateerd dat het totaal van de premielonen van de afrekeningnota meer dan 5% afwijkt van het totaal van de premielonen van de aan betrokkene gezonden voorschotnota, terwijl tevens het drempelbedrag is overschreden. Betrokkene heeft volgens appellant geen (tijdige) melding gemaakt van de loonsomwijziging. Appellant heeft hieraan de conclusie verbonden dat betrokkene haar mededelingsverplichting als neergelegd in artikel 13, derde lid, van het Loonadministratiebesluit, d.d. 28 december 1987, Stcrt. 1987, 225 niet is nagekomen.

In verband hiermee heeft appellant zich bij het besluit van 24 juni 2005 op het standpunt gesteld dat er sprake is van een verzuim en een eerste overtreding. Met inachtneming van de geldende regelingen in zake boeteoplegging heeft appellant een boete opgelegd van 5% van de verschuldigde premie met een maximum van € 454,-.

Bij het besluit van 30 september 2005 is het bezwaar van betrokkene tegen dat besluit ongegrond verklaard, waarbij is overwogen dat uit de administratie van appellant niet is gebleken van een op 24 februari 2004 ingezonden voorschot-correctieformulier met betrekking tot het jaar 2003.

De rechtbank heeft het beroep tegen dat besluit gegrond verklaard. Zij heeft daarbij overwogen dat appellant niet heeft kunnen volstaan met de constatering dat het bedoelde stuk niet aangetekend is verzonden en dat het niet kunnen traceren daarvan voor rekening en risico van betrokkene moet komen. De rechtbank voegt daaraan toe dat in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het niet aangetekend verzenden van stukken voor rekening en risico van de verzender dient te blijven, maar dat het mogelijk is dat een betrokkene op andere wijze aannemelijk kan maken dat een stuk door appellant is ontvangen, zoals door het overleggen van een faxverzendbewijs waaruit blijkt dat een bepaald stuk aan appellant is verzonden.

Appellant kan zich niet met dit oordeel van de rechtbank verenigen. In zijn hoger beroepschrift heeft hij daartoe onder meer aangevoerd:
"Uit vaste jurisprudentie van uw Raad blijkt dat het indienen van stukken door middel van een faxbericht op zichzelf is aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van verzending verbonden risico’s dienen volgens uw Raad echter voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt naar het oordeel van uw Raad mee dat, mocht de ontvangst aan de andere zijde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van de verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. Het overleggen van een verzendjournaal met de melding “OK” is daartoe volgens uw Raad onvoldoende. De status “OK” vormt naar de mening van uw Raad namelijk een indicatie maar geen sluitend bewijs dat de stukken door de geadresseerde in goede orde zijn ontvangen."

De Raad verenigt zich met dit betoog van appellant en maakt dit tot de zijne. Vaststaat dat het gebruikte faxnummer niet toebehoort aan de afdeling Polis & Premie te Amersfoort en dat betrokkene tevergeefs heeft getracht telefonisch contact te zoeken met voornoemde afdeling ten einde de ontvangst van de fax te bevestigen. Naar het oordeel van de Raad had het na de mislukking van de verificatie op de weg van betrokkene gelegen het voorschot-correctieformulier alsnog aangetekend te verzenden te meer nu betrokkene naar eigen zeggen in het verleden ervaren heeft dat bij appellant stukken zoekraken waardoor zaken niet adequaat worden afgehandeld.

Gelet op het bovenstaande is de Raad van oordeel dat appellant op goede gronden en in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke bepalingen in zake boeteoplegging een verzuim heeft aangenomen en een boete heeft opgelegd van 5% met een maximum van € 454,-.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad zal het inleidend beroep alsnog ongegrond verklaren.

De Raad ziet tot slot geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2007.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x