Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AZ8104
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 25-01-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Privaatrechtelijke dienstbetrekking van een manager/statutair bestuurder met een beperkt aandelenbezit en redacteur van een tijdschrift.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/2574 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 10 maart 2006, 05/997 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 januari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting is ter behandeling aan de orde gesteld op 4 januari 2007. Partijen zijn daar met bericht niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


De Raad bepaalt zich tot het geschilpunt tussen partijen in hoger beroep of [L.] als manager/statutair bestuurder met een beperkt aandelenbezit in appellante en [L.] als redacteur van het tijdschrift van appellante ”[naam tijdschrift]” over de jaren 1999 tot en met 2003 op goede gronden als in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot appellante in de zin van artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten werkzaam zijn beschouwd met daaraan verbonden premiecorrecties.

Te dien aanzien moet de Raad met de rechtbank vaststellen dat [L.] door zijn minderheidsaandelenbezit in appellante gezien de statutaire bepalingen bij een conflictsituatie noch hem onwelgevallige besluiten noch ontslag tegen zijn wil kan tegenhouden, zodat er onder de gegeven omstandigheden sprake is van een gezagsrelatie tot appellante.
Wat [L.] betreft, is de Raad in wezen niet anders dan de rechtbank van oordeel dat het hier om een op stringente contractuele basis toegesneden redactievoering en kwantitatieve levering van pagina’s en op peil houden van de voorraad voor een bepaald tijdschrift gaat, waarbij mogelijkheden van aanwijzingen, controle en toezicht op duidelijke kernactiviteiten binnen een omlijnd organisatorisch kader ten gerieve van appellante alleszins bestaan.
Voor beiden is de Raad op gelijke gronden als de rechtbank gebleken dat het om persoonlijke kwalitatieve arbeidsverplichtingen zonder daadwerkelijke vervanging gaat en dat hier gezien de aard van de verrichtingen reële vergoedingen naar arbeidsprestatie tegenover zijn gesteld.
Daardoor is ook naar het oordeel van de Raad hier sprake van verzekeringsplichtige arbeidsverhoudingen en tevens voor premiecorrecties vatbare situaties als bedoeld in de eerste alinea van deze rubriek.

Hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep hiertegenover is gesteld wijkt naar de waarneming van de Raad niet in essentie af van hetgeen in eerste aanleg is gesteld en doet naar zijn oordeel in genen dele voldoende gemotiveerd afbreuk aan het overwogene in de vorige alinea.

Daardoor slaagt het hoger beroep van appellante niet en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2007.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x