Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   CSV
x
LJN:
x
AZ8766
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 15-02-2007
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Boeteoplegging in verband met het niet tijdig nakomen van de wettelijk vastgelegde loonopgaveverplichting. Het UWV heeft de overtreding gekwalificeerd als een vergrijp omdat deze aan grove schuld is te wijten, nu betrokkene verschillende keren is verzocht de jaarloonopgave in te zenden en hij dit heeft nagelaten. Het risico dat stukken niet aankomen op de plaats van bestemming of zoekraken in geval van niet-aangetekende verzending ligt in beginsel bij de afzender van het desbetreffende stuk.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 06/1649 CSV




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 6 februari 2006, 05/2423 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 15 februari 2007.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft D.N. Wierda, werkzaam bij Kemner en Partners, Accountancy & Fiscaal adviesbureau te Huizen hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 januari 2007. Partijen zijn, na schriftelijk bericht, niet verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 10 augustus 2005 tot handhaving van zijn besluit van 4 juli 2005, waarbij appellant een boete is opgelegd over het premiejaar 2004 van € 998,--, zijnde 25% van het ambtshalve vastgestelde bedrag aan premies ingevolge de werknemersverzekeringen, in verband met het niet tijdig nakomen van de wettelijk vastgelegde loonopgaveverplichting. Gedaagde heeft de overtreding gekwalificeerd als een vergrijp omdat deze aan grove schuld is te wijten, nu appellant verschillende keren is verzocht de jaarloonopgave in te zenden en appellant dit heeft nagelaten.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Voor een weergave van de relevante feiten verwijst de Raad naar de uitspraak van de rechtbank.

Gemachtigde van appellant heeft in zijn beroepschrift zijn standpunt herhaald dat eraan voorbij is gegaan dat de loonopgave over 2004 naar aanleiding van een telefonisch contact op 18 april 2005 alsnog door gemachtigde is verstuurd en door het Uwv niet is ontvangen.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, inhoudende dat het Uwv niet binnen de daarvoor in artikel 12, eerste lid, van het Loonadministratiebesluit gestelde termijn de jaaropgave van appellant heeft ontvangen en evenmin een reactie van appellant heeft ontvangen op aan appellant verzonden rappellen, zodat appellant niet (op de juiste wijze) heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 10, tweede lid, van de CSV in samenhang met artikel 12 van het Loonadministratiebesluit geldende verplichting tot het doen van loonopgave over 2004. Het Uwv was dan ook, gelet op artikel 12 van de CSV, gehouden appellant een boete op te leggen. Hetgeen namens appellant in hoger beroep naar voren is gebracht, heeft de Raad niet tot een andersluidend oordeel kunnen brengen.
De Raad merkt dienaangaande nog het volgende op. Appellant meent de loonopgave na het ontvangen rappel van 18 april 2005 alsnog naar verweerder te hebben gestuurd. Naar het oordeel van de Raad is appellant er niet in geslaagd dit aannemelijk te maken.

Appellant geeft hierbij aan dat de gegevens niet aangetekend zijn verzonden. Volgens vaste rechtspraak ligt het risico dat stukken niet aankomen op de plaats van bestemming of zoekraken in geval van niet-aangetekende verzending in beginsel bij de afzender van het desbetreffende stuk.

Uit het voorgaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig voor de toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;  

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D. Olthof als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2007.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D. Olthof.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. CSV | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x