Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Ioaz
x
LJN:
x
AR6894
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-11-2004
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat B&W het bezwaar van betrokkene wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk hadden dienen te verklaren. Terugwijzing naar de rechtbank.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/1607 IOAZ




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 10 maart 2003, reg.nr. IOAZ 01/1033.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 21 juni 2004 heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat te Alkmaar, namens appellant een nadere reactie aan de Raad gezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 19 oktober 2004, waar appellant is verschenen en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door S. Groothuis, werkzaam bij de gemeente Alkmaar.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 14 december 2000 heeft gedaagde appellants uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) met ingang van 25 april 2000 ingetrokken. Bij aangetekend verzonden brief van 26 januari 2001 heeft appellant daartegen bezwaar gemaakt. Gedaagde heeft het bezwaar van appellant bij besluit van 26 april 2001 ontvankelijk en ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het tegen het besluit van 26 april 2001 ingestelde beroep gegrond verklaard, dit besluit vernietigd, het bezwaar van appellant wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Daarbij zijn beslissingen over proceskosten en griffierecht gegeven.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen dit oordeel gekeerd en de termijnoverschrijding gemotiveerd betwist.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb, door toezending of uitreiking.

De Raad merkt op dat de verzending van het besluit van 14 december 2000 niet aangetekend of met bericht van ontvangst heeft plaatsgevonden. Dit sluit echter niet uit dat de verzenddatum langs andere weg wordt aangetoond. Daartoe volstaat niet de stelling dat besluiten in het algemeen worden verzonden op de datum van hun datering. Ter zitting van de Raad heeft gedaagde de wijze van postbehandeling binnen de gemeente als volgt toegelicht. De gemeente Alkmaar heeft met WNK Bedrijven een “overeenkomst postbezorging in eigen beheer” gesloten. Op basis van deze overeenkomst worden poststukken bestemd voor een geadresseerde binnen een gebied met bij de overeenkomst aangewezen postcodes, waaronder de postcode van appellant, door medewerkers van WNK Bedrijven bij diverse locaties van de gemeente opgehaald, gesorteerd en bezorgd. Een van de voorwaarden is dat postbezorging valt onder 24-uurs bezorging, tenzij anders wordt aangegeven. Daarmee is evenwel naar het oordeel van de Raad niet aangetoond of onvoldoende aannemelijk gemaakt, dat gedaagde het besluit van 14 december 2000 op dezelfde dag aan WNK Bedrijven heeft aangeboden en dat in het onderhavige geval overeenkomstig de voorwaarden is gehandeld. Mede in aanmerking genomen dat gedaagde niet beschikt over een verzendregister van besluiten stelt de Raad dan ook vast dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld wanneer het besluit van 14 december 2000 is bekendgemaakt zodat evenmin kan worden vastgesteld wanneer de bezwaartermijn is aangevangen.
Met betrekking tot de door appellant overgelegde fotokopie van een envelop met daarop gestempeld ‘WNK Post’ en ‘15.12.00’ heeft gedaagde naar voren gebracht dat de dagstempel van 15 december 2000, gelet op de werkwijze van WNK bedrijven, de bezorgdatum is. De Raad merkt op dat aan deze dagstempel niet de betekenis van een poststempel kan worden toegekend en dat ook overigens de behandeling van post door WNK Bedrijven niet op één lijn gesteld kan worden met toezending via TPG-post. Ten slotte overweegt de Raad dat gedaagde ook niet het bewijs heeft geleverd dat het bewuste poststuk op 15 december 2000 in de brievenbus van appellant is gedeponeerd.

Het voorgaande betekent dat de bezwaartermijn niet eerder dan op 16 december 2000 is aangevangen. Daarvan uitgaande, stelt de Raad vast dat het bezwaar tijdig is ingediend.

Gezien deze overwegingen heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat gedaagde het bezwaar van appellant wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk had dienen te verklaren en is zij ten onrechte niet toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van het beroepschrift van appellant. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor vernietiging in aanmerking. De Raad zal de zaak naar de rechtbank terugwijzen.

De Raad ziet ten slotte aanleiding gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 161,-- voor de inhoudelijke schriftelijke reactie van appellants gemachtigde en € 20,20 voor de reiskosten van appellant, totaal € 181,20.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Wijst de zaak ter verdere behandeling terug naar de rechtbank Alkmaar;
Veroordeelt gedaagde tot de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 181,20, te betalen door de gemeente Alkmaar;
Bepaalt dat de gemeente Alkmaar aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 87,- vergoedt.

Aldus gewezen door mr. C. van Viegen, in tegenwoordigheid van mr. P.C. de Wit als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 30 november 2004.

(get.) C. van Viegen.

(get.) P.C. de Wit.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Ioaz | Ioaz | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x