Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wik
x
LJN:
x
AT3467
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 15-03-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Ontvallen procesbelang. Oplegging van de verplichting om naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/870 WIK en 03/899 WIK




U I T S P R A A K




in de gedingen tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 16 januari 2003, reg.nrs. 02/639 NABW Z en 02/640 NABW Z.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken ingezonden.

De gedingen zijn behandeld ter zitting van 1 februari 2005, waar appellant in persoon is verschenen, en waar gedaagde zich met voorafgaand schriftelijk bericht niet heeft laten vertegenwoordigen.




II. MOTIVERING


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontvangt sinds 1 augustus 1986 een bijstandsuitkering, vanaf 1 augustus 1996 op grond van de Algemene bijstandwet (Abw) naar de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een heronderzoek heeft gedaagde bij besluit van 4 juli 2001 aan appellant meegedeeld dat zijn bijstandsuitkering ongewijzigd wordt voortgezet. Tevens is hem daarbij onder meer het volgende medegedeeld:

"De Gemeente Maastricht, Dienst Sociale en Economische Zaken, is een samenwerkingsverband aangegaan met Stichting Traject “Ik doe mee”. Naar aanleiding van uw bezwaarschrift is vastgesteld dat u in aanmerking komt voor dergelijke begeleiding.

In het mondeling onderhoud met een van mijn medewerkers van afdeling Bezwaar en Beroep, bent u hierover mogelijk al geďnformeerd. Van Stichting Traject zult u te zijner tijd een oproep voor deelname ontvangen.

Voor de volledigheid wordt u erop gewezen dat bij het geen gehoor geven aan de oproep dan wel geen of onvoldoende medewerking verlenen aan dit project, dit kan leiden tot een tijdelijke verlaging dan wel tijdelijke uitsluiting van de verlening van uitkering."

Daartegen heeft appellant bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij besluit van 20 maart 2002, voorzover van belang, niet-ontvankelijk is verklaard op de grond dat de verplichting met betrekking tot het project “Ik doe mee” is komen te vervallen, waardoor er voor appellant geen procesbelang meer is.

Naar aanleiding van de melding van de Stichting Traject dat appellant niet deelneemt aan het project Sociale Activering “Ik doe mee” heeft gedaagde een onderzoek opgestart. Naar aanleiding daarvan heeft gedaagde bij brief van 1 november 2001 aan appellant meegedeeld dat zijn bijstandsuitkering ongewijzigd wordt voortgezet. Tevens is hem daarbij onder meer het volgende medegedeeld:

"De Gemeente Maastricht, Dienst Sociale en Economische Zaken heeft een samenwerkingsproject tussen de Unit Fase 4 en Stichting Trajekt (een welzijnsinstelling) ingekocht. Doelstelling is het laten uitstromen van werklozen uit de uitkering. Door de Dienst Sociale en Economische Zaken is vastgesteld dat u in aanmerking komt voor dergelijke begeleiding.

In het mondeling onderhoud met een van mijn medewerkers bent u hierover mogelijk al geďnformeerd. Van Unit Fase 4 zult u te zijner tijd een oproep voor deelname ontvangen.

Voor de volledigheid wordt u erop gewezen dat bij het geen gehoor geven aan de oproep dan wel geen of onvoldoende medewerking verlenen aan dit project, dit kan leiden tot een tijdelijke verlaging dan wel tijdelijke uitsluiting van de verlening van de uitkering."

Ook daartegen heeft appellant bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij besluit van 27 maart 2002, voorzover van belang, ongegrond is verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met een bepaling omtrent griffierecht - de tegen de besluiten van 20 maart 2002 en 27 maart 2002 ingestelde beroepen gegrond verklaard, en de bezwaren tegen de besluiten van 4 juli 2001 en 1 november 2001 niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat in beide gevallen geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Daarbij is betoogd dat er in beide gevallen wel sprake is van een besluit met een daaraan verbonden rechtsgevolg. Tevens heeft appellant - kort samengevat - aangevoerd dat hij niet begeleid wenst te worden omdat hij zelf in staat is zich te oriënteren op de arbeidsmarkt van kunstberoepen, alsmede omdat begeleiding een negatief beeld van hem zou kunnen oproepen bij derden.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 106 van de Abw is, voorzover hier van belang, bepaald dat burgemeester en wethouders aan de bijstand verplichtingen kunnen verbinden die strekken tot inschakeling in de arbeid dan wel tot vermindering of beëindiging van de bijstand.

De Raad kan uit de gedingstukken niet anders afleiden dan dat gedaagde met de mededeling dat appellant in aanmerking komt voor begeleiding door de Stichting Traject voor het project “Ik doe mee”, alsmede voor begeleiding in het kader van het samenwerkingsproject, het opleggen van een verplichting heeft beoogd om daarmee te bevorderen dat de kansen van appellant op de arbeidsmarkt toenemen zodat appellant uiteindelijk (weer) in de arbeid kan worden ingeschakeld en zijn bijstandsuitkering kan worden verminderd of beëindigd. Het opleggen van deze verplichting berust op artikel 106 van de Abw en strekt ertoe dat op de betrokkene de rechtsplicht komt te rusten die verplichting na te leven. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat in beide gevallen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

De rechtbank heeft dit miskend zodat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Raad zal vervolgens, doende wat de rechtbank had behoren te doen, de besluiten van 20 maart 2002 en 27 maart 2002 beoordelen.



Besluit van 20 maart 2002

Met het laten vervallen van de verplichting om deel te nemen aan het project “Ik doe mee” is volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet gekomen, zodat appellant geen procesbelang meer had bij zijn bezwaar tegen het besluit van 4 juli 2001. Het bezwaar is derhalve door gedaagde in zoverre terecht niet-ontvankelijk verklaard zodat het beroep tegen het besluit van 20 maart 2002 ongegrond moet worden verklaard.



Besluit van 27 maart 2002

In hetgeen appellant heeft aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunt gevonden voor het oordeel dat gedaagde niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten appellant te verplichten deel te nemen aan een begeleidingstraject, zulks ter concretisering van de algemene - in artikel 113, eerste lid, aanhef en onder a, van de Abw opgenomen - verplichting om naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen. De Raad is van oordeel dat enig zwaarwegend beletsel om aan deze verplichting te voldoen door appellant niet is opgeworpen. Het beroep tegen het besluit van 27 maart 2002 dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

Uit het voorgaande vloeit voort dat moet worden beslist zoals hieronder is aangegeven.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten, nu niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende kosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart de beroepen tegen de besluiten van 20 maart 2002 en 27 maart 2002 ongegrond;
Bepaalt dat de gemeente Maastricht aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 82,-- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. R.M. van Male als voorzitter, en mr. A.B.J. van der Ham en mr. J.J.A. Kooijman als leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2005.

(get.) R.M. van Male.

(get.) R. van den Munckhof.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wik | Wik | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x