Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wsw
x
LJN:
x
AF9017
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 24-04-2003
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Vallen de kosten van de rechtskundige bijstand onder de kosten van beheer en bestuur, welke verwerkt zijn in de exploitatierekening van het werkvoorzieningschap?
 
 
 

 

 
Uitspraak 01/4893 WSW




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

het Dagelijks Bestuur van Integrale Bedrijven Noordoost-Brabant als rechtsopvolger van de Bestuurscommissie Werkvoorziening Brabant-Noordoost, appellant,

en

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft op de daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 20 juli 2001, nr. AWB 01/96, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 13 maart 2003, waar appellant niet is verschenen. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.P.M. Schenkels, werkzaam bij gedaagdes ministerie.




II. MOTIVERING


1. De Raad merkt vooreerst op dat ingevolge artikel 17 van de op 1 januari 1998 in werking getreden Wet sociale werkvoorziening (wet van 11 september 1997, Stb. 466) op de behandeling van dit geding het recht van toepassing blijft zoals dat ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) vůůr de datum van inwerkingtreding van eerstgenoemde wet gold.

2. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.1. Artikel 40 van de WSW bepaalt dat het Rijk jaarlijks aan de gemeente een vergoeding toekent voor door de gemeente te maken kosten terzake van de uitvoering van de WSW. Ingevolge artikel 42a van de WSW worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen of nadere regelen gesteld inzake het al dan niet als kosten ter uitvoering van de WSW in aanmerking nemen van baten en lasten van de exploitatierekening.

2.2. De regeling ter uitvoering van artikel 42a van de WSW bepaalde tot 1 januari 1989 dat kosten van algemeen beheer
- waartoe expliciet ook de kosten van het bestuurlijk contact met gedaagde en de financiŽle afwikkeling met het Rijk werden gerekend - niet als last van de exploitatierekening in aanmerking werden genomen. Deze regeling (hierna: oude regeling) is per 1 januari 1989 vervangen door het Besluit lasten sociale werkvoorziening (hierna: het Besluit). Volgens artikel 2 van het Besluit worden onder andere de volgende lasten van de exploitatierekening niet als kosten ter uitvoering van de WSW aangemerkt;
- kosten die worden doorberekend door niet tot de uitvoering van de wet behorende onderdelen van het gemeentelijk apparaat (onderdeel e);
- overige lasten voorzover deze naar hun aard niet op de exploitatierekening thuishoren (onderdeel g).

2.3. Bij de vaststelling van de rijkssubsidie over het dienstjaar 1992 is tussen gedaagde en appellant een geschil ontstaan over de vergoedingen die het schap voor het uitlenen van zijn werknemers van de inlenende organisaties had bedongen. Gedaagde achtte die vergoedingen te laag, waarop de directie van het toenmalige Werkvoorzieningschap Brabant-Noordoost de bijstand van een advocaat heeft ingeroepen. Appellant heeft de kosten ad f 35.947,- van die rechtskundige bijstand vervolgens in de exploitatierekening over 1992 verwerkt.

2.4. Bij besluit van 1 maart 1995, zoals na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 27 juli 1995, heeft gedaagde te kennen gegeven dat deze advocaatkosten moesten worden beschouwd als kosten van beheer en bestuur en derhalve op grond van artikel 2, aanhef en onder e, van het Besluit geen kosten van de uitvoering van de WSW vormden.

2.5. Bij uitspraak van 26 oktober 2000 heeft de Raad het besluit van 27 juli 1995 vernietigd en gedaagde opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. De Raad oordeelde dat gedaagde niet op grond van artikel 2, aanhef en onder e, van het Besluit heeft kunnen weigeren de in geding zijnde advocaatkosten als kosten van uitvoering van de WSW aan te merken, nu die bepaling blijkens haar duidelijke tekst uitsluitend ziet op doorberekening van kosten die door een onderdeel van het gemeentelijk apparaat zijn gemaakt en kosten van een advocaat niet zodanige kosten zijn.

2.6. Bij het bestreden besluit van 12 december 2000 is het bezwaar wederom ongegrond verklaard, thans op grond van artikel 2, aanhef en onder g, van het Besluit. In het bestreden besluit is overwogen:
- alleen kosten die samenhangen met de aanwijzing en uitvoering van werkverbanden en werkobjecten, en dus samenhangen met het realiseren van de in artikel 7 van de WSW neergelegde doelstelling, zijn kosten ter uitvoering van de wet;
- de onderhavige advocaatkosten zijn gemaakt in verband met de afwikkeling van de rijkssubsidie en hangen daarom niet direct met bedoelde aanwijzing en uitvoering samen;
- als de advocaat was ingeschakeld terzake van de uitvoering van werkobjecten in het kader van artikel 7 van de WSW, bijvoorbeeld in verband met problemen met opdrachtgevers, waren de kosten wel een relevante exploitatielast geweest.

3. Het beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

4.1. In hoger beroep voert appellant allereerst aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat alleen kosten gemaakt in het kader van het "actuele" bedrijfsproces uit het rijksbudget betaald mogen worden en dat kosten die voortvloeien uit de beoordeling van geschillen per definitie niet tot de bedrijfskosten worden gerekend.

4.2. Vervolgens voert appellant aan dat, nu het expliciete voorschrift in de oude regeling dat de kosten van bestuurlijk contact tussen gedaagde en het gemeentebestuur niet als last op de exploitatierekening mochten worden opgenomen niet in het Besluit is overgenomen, de kosten van bestuurlijk contact vanaf 1 januari 1989 wel op de exploitatierekening mogen worden opgenomen.

4.2.1. De Raad overweegt dat gegeven de grondslag van het bestreden besluit de vraag moet worden beantwoord of gedaagde op goede gronden heeft geweigerd de in geding zijnde kosten te vergoeden, om reden dat ze niet kunnen worden aangemerkt als kosten ter uitvoering van de wet omdat die kosten naar hun aard niet op de exploitatierekening van het werkverband thuishoren. Evenals de rechtbank en gedaagde beantwoordt de Raad die vraag bevestigend.

4.2.2. Artikel 40 van de WSW geeft aanspraak op vergoeding voor door de gemeente ter uitvoering van de WSW te maken kosten. De wettelijke uitvoeringstaak die ingevolge artikel 7 op de gemeente rust, omvat blijkens artikel 10 het aanwijzen van werkverbanden en het uitvoeren door die werkverbanden van werkobjecten. Het voeren van overleg door de gemeente ter verkrijging van de aan haar toe te kennen rijkssubsidie valt daar niet onder. De kosten van dat overleg en de kosten van in verband daarmee door de gemeente ingeschakelde deskundigen horen naar hun aard evenmin op de exploitatierekening van het werkverband thuis, zodat de in 4.2.1. gestelde vraag bevestigend moet worden beantwoord.

4.2.3. Er is geen grond die vraag ondanks het in 4.2.2. overwogene anders te beantwoorden op de enkele grond, dat het Besluit, anders dan de oude regeling, niet specifiek en met zoveel woorden bepaalt dat de kosten van bestuurlijk contact geen kosten ter uitvoering van de WSW zijn. Ook het advies van de Raad van de gemeentefinanciŽn waarop appellant zich beroept, kan niet tot een ander oordeel leiden.

4.3. Het bestreden besluit houdt derhalve stand.

5. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist daarom als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.H. van Kreveld en mr. M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 april 2003.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) P.W.J. Hospel.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wsw | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x