Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wsw
x
LJN:
x
AX8751
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 08-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is de aanvraag om in aanmerking te komen voor plaatsing in het kader van de Wsw terecht afgewezen?
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 05/1846 WSW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 maart 2005, 04/607 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen, als rechtsopvolger van het Dagelijks bestuur van het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg (hierna: Raad van Bestuur).

Datum uitspraak: 8 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante is hoger beroep ingesteld.

De Raad van Bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 april 2006. Appellante is niet verschenen. De Raad van Bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J.A. Huisman, werkzaam bij de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI).




II. OVERWEGINGEN


1. Met ingang van 1 april 2005 treedt in dit geding, waarin een indicatie sociale werkvoorziening aan de orde is, krachtens de Wet van 30 juni 2004, houdende wijziging van onder andere de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), Stb. 2004, 325, de Raad van Bestuur van de CWI in de plaats van het Dagelijks Bestuur van het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg. Waar in deze uitspraak sprake is van de Raad van Bestuur, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan het Dagelijks Bestuur van voornoemd werkvoorzieningschap.

1.1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.2. Appellante heeft, afgewisseld met periodes van werkloosheid, werkzaamheden in het vrije bedrijf verricht als onder andere schoonmaakster en laatstelijk als taxichauffeur. In deze laatste werkzaamheden is zij uitgevallen met lichamelijke en psychische klachten.

1.3. In juni 2003 heeft appellante door middel van een sollicitatieformulier verzocht in aanmerking te komen voor plaatsing in het kader van de Wsw. Na advies van de zogenoemde indicatiecommissie heeft de Raad van Bestuur bij besluit van 8 oktober 2003 vastgesteld dat appellante niet behoort tot de doelgroep van de Wsw, omdat zij ondanks haar beperkingen in staat wordt geacht passende arbeid te verrichten in een normale werkomgeving.
De Raad van Bestuur heeft dit besluit, na bezwaar, gehandhaafd bij het bestreden besluit van 19 maart 2004.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen laatstgenoemd besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het advies dat ten grondslag is gelegd aan het bestreden besluit gebaseerd is op zorgvuldig onderzoek, dat namens appellante noch in bezwaar, noch in beroep gegevens zijn aangedragen die aanleiding geven tot twijfel aan de resultaten van het uitgevoerde onderzoek en dat de Raad van Bestuur daarom dat advies heeft kunnen en mogen volgen.

3. Namens appellante is, evenals in bezwaar en in beroep, in hoger beroep aangevoerd dat appellante van mening blijft dat zij vanwege haar dubbele problematiek, te weten een combinatie van lichamelijke en psychische beperkingen, alsmede geringe opleiding en ervaring niet meer in staat is om op de vrije arbeidsmarkt te werken. Voorts mag het volgens appellante geen verschil uitmaken dat haar psychische beperkingen reactief bepaald zijn en in stand worden gehouden door de omstandigheden waarin zij verkeert; dat doet immers niet af aan het bestaan ervan. Appellante meent voorts dat de wijze van beoordeling door de indicatiecommissie niet te volgen is.
In de loop van de procedure in hoger beroep is namens appellante, onder bijvoeging van een brief van haar behandelend specialist, nog aangevoerd dat in het beperkingenpatroon onvoldoende rekening is gehouden met haar knieproblematiek.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak met vermelding van de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften de stappen uiteengezet waarlangs de indicatiecommissie tot haar advies is gekomen. Blijkens de gedingstukken is naar aanleiding van het sollicitatieformulier een intakerapport opgesteld, waarna een medisch onderzoek is uitgevoerd door de sociaal geneeskundige van de GGD. De bij dat onderzoek geconstateerde beperkingen zijn vastgelegd in een zogenoemd potentieelprofiel. Vervolgens heeft de indicatiecommissie het zogenoemde intakeprofiel vastgesteld en aan de hand daarvan volgens een voorgeschreven beslistabel na weging geconcludeerd dat appellante niet behoort tot de doelgroep van de Wsw omdat zij in staat moet worden geacht passende arbeid onder normale omstandigheden te verrichten, welk advies is overgenomen en heeft geleid tot het besluit van 8 oktober 2003.
Voorts bevat het dossier de gegevens van UWV-GAK met betrekking tot de beoordeling van haar WAO-claim.
Naar aanleiding van het bezwaarschrift is nog een psychologisch onderzoek uitgevoerd hetgeen heeft geleid tot een gewijzigd intakeprofiel, waarbij tevens nog rekening is gehouden met beperkingen voortvloeiend uit knieklachten. Dit heeft evenwel niet geleid tot een andere uitkomst.

4.2. De Raad onderschrijft het standpunt van de Raad van Bestuur dat sprake is van zorgvuldig onderzoek en dat appellante geen gegevens heeft aangedragen die twijfel doen rijzen aan de uitkomsten van de uitgevoerde onderzoeken en de daaraan verbonden conclusies. Ook de Raad is daarom van oordeel dat de Raad van Bestuur dit advies heeft mogen volgen.

4.3. Naar aanleiding van de stelling van appellante dat de betekenis van de psychische beperkingen is onderschat, merkt de Raad op dat vaststaat dat er geen sprake is van psychische ziekte en voorts dat uit het aangepaste intakeprofiel blijkt dat rekening is gehouden met een geringere psychische belastbaarheid.

4.4. Naar aanleiding van de in hoger beroep herhaalde stelling dat appellante als gevolg van de dubbele problematiek van haar lichamelijke en psychische beperkingen, in combinatie met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal, niet in staat is te werken op de vrije arbeidsmarkt, merkt de Raad allereerst op dat uit de gedingstukken naar voren komt dat appellante voldoende taalvaardigheid bezit. Voorts merkt de Raad op dat deze stelling een inschatting betreft die niet met nadere gegevens is onderbouwd en daarom het na afweging door deskundigen tot stand gekomen advies van de indicatiecommissie niet vermag aan te tasten. Wat betreft de stelling dat appellante kansloos is op de vrije arbeidsmarkt overweegt de Raad dat, daargelaten of die stelling juist is, zulks een werkloosheidsprobleem vormt en niet betekent dat appellante uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zou zijn en daarom tot de Wsw-doelgroep zou behoren.

4.5. Met betrekking tot de in hoger beroep nog ingestuurde medische verklaring met betrekking tot haar knieklachten merkt de Raad op dat deze verklaring betrekking heeft op de situatie in 2005 en reeds daarom niet kan afdoen aan de juistheid van de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit.

5. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en R. Kooper en K.J. Kraan als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O.C. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2006.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) O.C. Boute.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wsw | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x