Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wsw
x
LJN:
x
AX8754
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 01-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing van de aanvraag voor toelating tot een Wsw-voorziening.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 05/2084 WSW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 februari 2005, 03/1712 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen, als rechtsopvolger van de Raad van de gemeente Tilburg, (hierna: CWI).

Datum uitspraak: 1 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. J. Heek, verbonden aan SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

De CWI heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2006. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. I.T. Martens, verbonden aan SRK Rechtsbijstand. De CWI heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.L.N. Ibrahim, werkzaam bij de CWI.




II. OVERWEGINGEN


1. Met ingang van 1 april 2005 treedt in dit geding, waarin een zogenoemde indicatie sociale werkvoorziening aan de orde is, krachtens de Wet van 30 juni 2004, houdende wijziging van onder andere de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), Stb. 2004, 325, de CWI in de plaats van de Raad van de gemeente Tilburg. Waar in deze uitspraak sprake is van de CWI, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan die gemeenteraad.

2. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.1. Appellant heeft van 1966 tot 2002 gewerkt bij verscheidene werkgevers. De langste periode, van 1970 tot 1998, is appellant werkzaam geweest bij Rexon Glasindustrie. Na een reorganisatie is appellant daar ontslagen. Hierna heeft appellant nog enkele tijdelijke contracten gehad bij een viertal werkgevers.

2.2. In september 2002 heeft appellant een verzoek gedaan tot toelating tot een Wsw-voorziening. Dit verzoek is overeenkomstig het advies van de Wsw-indicatiecommissie Midden-Brabant bij besluit van 6 december 2002 afgewezen, welk besluit na bezwaar bij het bestreden besluit van 27 juni 2003 is gehandhaafd.

2.3. Het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep is door de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat het bestreden besluit genomen is in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en voorts dat hij ten onrechte niet is toegelaten tot de doelgroep van de Wsw.

4. De CWI heeft het standpunt ingenomen dat appellant weliswaar beperkingen heeft, maar dat deze niet zodanig zijn dat deze uitsluitend met behulp van Wsw-voorzieningen kunnen worden gecompenseerd.

5. De Raad overweegt het volgende.

5.1.1. Uit het door de CWI aan de rechtbank overgelegde raadsbesluit van 8 december 1997 blijkt dat de gemeenteraad van Tilburg de bevoegdheid om te beslissen op een verzoek om toelating tot een Wsw-voorziening heeft gemandateerd aan de voorzitter van de Bestuurscommissie DSW en de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift betreffende een Wsw-indicatie heeft gemandateerd aan de Bestuurscommissie DSW.

5.1.2. De besluiten van 6 december 2002 en van 27 juni 2003 zijn, zoals blijkt uit het ondertekeningsblok van deze besluiten, in overeenstemming hiermee genomen door de voorzitter van de Bestuurscommissie DSW, respectievelijk de Bestuurscommissie DSW.
Dat de voorzitter van de Bestuurscommissie DSW, samen met de secretaris, het bestreden besluit van de Bestuurscommissie DSW heeft ondertekend maakt dit niet anders. Tot die ondertekening was de voorzitter uit hoofde van zijn functie als organiek vertegenwoordiger van de Bestuurscommissie DSW bevoegd en in het besluit is duidelijk tot uitdrukking gebracht dat het door de Bestuurscommissie DSW zelf is genomen. Aangezien het bestreden besluit niet in mandaat is genomen door de voorzitter van de DSW, die het primaire besluit in mandaat heeft genomen, is er geen strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Awb. De rechtbank is in haar uitspraak op juiste gronden tot dezelfde conclusie gekomen.

5.2.1. In artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsw is bepaald dat onder de doelgroep wordt verstaan: personen jonger dan 65 jaar, die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn. Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit indicatie sociale werkvoorziening dient de indicatiecommissie te onderzoeken welke voorzieningen of maatregelen voor de betrokkene noodzakelijk zijn en of deze binnen redelijke grenzen in een normale arbeidsomgeving kunnen worden gerealiseerd.

5.2.2. De indicatiecommissie heeft in haar advies omtrent appellant gerapporteerd dat er weliswaar beperkingen zijn, maar dat deze beperkingen niet zodanig zijn dat deze uitsluitend met behulp van Wsw-voorzieningen kunnen worden gecompenseerd.

5.2.3. De Raad is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de beperkingen van appellant in het advies van de indicatiecommissie op onjuiste wijze zijn omschreven. De beperkingen zijn vastgesteld mede op basis van een rapport van de psycholoog drs. E.D. Wassenaar, dat in het kader van het door de indicatiecommissie verrichte onderzoek is opgesteld. Door appellant is ter zitting wel gesteld dat zijn beperkingen zwaarder zijn dan uit dit rapport blijkt, maar hij heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Het door appellant nog in het geding gebrachte rapport van 23 januari 2006 van de neuropsycholoog drs. J.A.C. van Gils, dat is uitgebracht in het kader van een hernieuwde aanvraag van appellant, kan niet tot een ander oordeel leiden. De hierin beschreven beperkingen van appellant en de voor hem noodzakelijk geachte aanpassingen met betrekking tot het werk, zijn geen wezenlijk andere dan die welke in het indicatieadvies van 2002 zijn genoemd.

5.2.4. De Raad heeft, evenals de rechtbank blijkens de aangevallen uitspraak, geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de CWI dat de voor appellant noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ook realiseerbaar zijn in een normale arbeidsomgeving. De omstandigheid dat appellant gedurende een groot aantal jaren onder enigszins aangepaste werkomstandigheden in het normale bedrijfsleven heeft kunnen functioneren wijst er niet op dat zulks nu bij voorbaat uitgesloten zou zijn. Dat appellant door de CWI is ingedeeld in fase 3, de categorie “moeilijk bemiddelbaar”, geeft op zichzelf ook niet aan dat appellant niet plaatsbaar zou zijn in een normaal bedrijf. De indicatiecommissie heeft haar advies, ook toen haar de plaatsing van appellant in fase 3 duidelijk werd, uitdrukkelijk gehandhaafd.
Nu de wetgever aan de multidisciplinair samengestelde indicatiecommissie een belangrijke rol heeft toegekend bij het nemen van een indicatiebeslissing en er geen reden is om te oordelen dat het advies van die commissie onzorgvuldig tot stand is gekomen of inhoudelijk onjuist is, heeft de CWI het advies dat appellant niet tot de doelgroep van de Wsw behoort op goede gronden overgenomen.

6. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank het beroep van appellant terecht ongegrond heeft verklaard.

7. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.Th. Wolleswinkel als voorzitter en R. Kooper en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van O.C. Boute als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2006.

(get.) J.Th. Wolleswinkel.

(get.) O.C. Boute.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wsw | Wsw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x