Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Zfw / ZW / AAW / WAO / WW
x
LJN:
x
AY8237
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 06-08-1997
Soort procedure: wraking
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Stelt het gewraakte Raadslid terecht dat zijn werkzaamheden in het verleden bij het GAK geen bezwaren voor een onpartijdige behandeling van de in het geding zijnde zaken met zich brengen, mede omdat dat deel van zijn loopbaan reeds een tiental jaren geleden is afgesloten, en dat hij gedurende de tijd dat hij werkzaam was bij het GAK geen enkele zaak heeft behandeld met betrekking tot betrokkene?
 
 
 

 

 
Uitspraak 94/1103 ZFW, 96/5686 AAW, 96/5688 WW, 96/5689 ZW en 96/5690 WAO




P R O C E S - V E R B A A L




inzake de behandeling van het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, gedaan door

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker.




I. INLEIDING


Bij brief van 25 juli 1997 heeft verzoeker inzake door hem ingestelde, onder bovenvermelde nummers bij de Raad geregistreerde hoger beroepen, om wraking verzocht van de voorzitter van de meervoudige kamer mr. N.J. Haverkamp.

Verzoeker en mr Haverkamp zijn ingevolge artikel 8:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van de Raad van 6 augustus 1997. Verzoeker is niet verschenen; mr. Haverkamp is wel verschenen.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de Raad onmiddellijk uitspraak gedaan.




II. BESLISSING


De beslissing van de Raad luidt:

Wijst het verzoek om wraking af.




III. MOTIVERING


Bij zijn beslissing heeft de Raad het volgende overwogen.

In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij brief van 25 juli 1997, heeft verzoeker, ter motivering van het onderhavige verzoek om wraking - samengevat - het volgende aangevoerd:

1. Mr. Haverkamp heeft blijk gegeven van partijdigheid, door een verzoek om uitstel voor aanvulling van de gronden, ingediend door de toenmalig advocaat van verzoeker, mr. D.J. Kramer, in te willigen, aangezien slechts verzoekers wederpartij(en) daarbij baat zou(den) hebben.
2. Mr. Haverkamp is als adjunct chef van de afdeling sociale verzekering bij het GAK werkzaam geweest en kent daarnaast mr. E.P. de Jong, die later tot President directeur van het GAK is benoemd. Mr. Haverkamp heeft zo een connectie met het GAK, die wederpartij is in dit geding. Verzoeker is van mening dat dit bezwaarlijk is.

Ter zitting heeft mr. Haverkamp onder meer naar voren gebracht dat, nadat het verzoek om uitstel voor aanvulling van de gronden door verzoekers toenmalig advocaat was gedaan, verzoeker zelf om een versnelde behandeling heeft verzocht, welk verzoek is ingewilligd.
Mr. Haverkamp is voorts van mening dat zijn werkzaamheden in het verleden bij het GAK geen bezwaren voor een onpartijdige behandeling van de in het geding zijnde zaken met zich brengen, mede omdat dat deel van zijn loopbaan reeds een tiental jaren geleden is afgesloten.
Desgevraagd, voegt mr. Haverkamp nog toe gedurende de tijd dat hij werkzaam was bij het GAK geen enkele zaak behandeld te hebben met betrekking tot verzoeker.

De Raad overweegt als volgt.

Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb (PG Awb II, p. 410) is de ratio van het instituut van de wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van de rechterlijke partijdigheid. Het in dit artikel geformuleerde criterium stemt overeen met dat van de Wet op de Raad van State, de Beroepswet en de Wet Administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie, zoals deze wetten luiden tot 1 januari 1994, aldus de memorie van toelichting bij afdeling 8.1.4 van de Algemene wet bestuursrecht (PG Awb II, p. 409).
Een wrakingsverzoek dient te zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter die een zaak behandelt.
Het inwilligen van een namens betrokkene zelf gedaan verzoek om uitstel getuigt niet, zelfs niet van de schijn, van partijdigheid ten bate van de wederpartij.
De omstandigheid dat de rechter in het verleden werkzaam is geweest bij de administrateur van een bestuursorgaan, welke thans wederpartij is in het geding, vormt op zich geen grond voor wraking. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat de rechter personen kent die werkzaam zijn bij een instelling als hier bedoeld.
Verzoeker heeft zijn grief in dit verband niet nader geadstrueerd. Verzoeker heeft niet gesteld en mr. Haverkamp heeft ook ontkend ooit bij zijn werkzaamheden bemoeienis te hebben gehad met enige zaak van verzoeker, zeker - buiten zijn taak als rechter - met de thans op de agenda staande zaken.
Ook overigens is ten aanzien van mr. Haverkamp niet gebleken van feiten en omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. H.J. Grendel en mr. G.A.J. van den Hurk als leden, in tegenwoordigheid van mr. F.E. Rosingh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 1997.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) F.E. Rosingh.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Zfw | Zfw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x