Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Zfw
x
LJN:
x
AY8628
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 20-09-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4263 ZFW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 juni 2005, 05/389 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Onderlinge Waarborgmaatschappij Amicon Zorgverzekeraar Ziekenfonds u.a. (hierna: Amicon).

Datum uitspraak: 20 september 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

Amicon heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 9 augustus 2006. Amicon heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. Vosmeijer, werkzaam bij Amicon.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 3 juni 2004 heeft Amicon aan appellant medegedeeld hij en zijn gezin over de periode van 1 februari 2001 tot 7 mei 2001 en over de periode van 2 april 2002 tot 16 april 2004 ten onrechte als ziekenfondsverzekerden ingeschreven hebben gestaan. In verband daarmee is als vergoeding voor de door Amicon geleden schade aan appellant een bedrag van 3.124,38 in rekening gebracht.

Tegen dit besluit is namens appellant bij brief van 16 juli 2004, bij Amicon binnengekomen op 16 juli 2004, bezwaar gemaakt. Bij besluit van 5 januari 2005 heeft Amicon het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 juli 2004 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten - het beroep van appellant tegen het besluit van 5 januari 2005 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2004 alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift heeft overschreden en dat die termijnoverschrijding niet verschoonbaar kan worden geacht.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd voor zover de rechtbank zijn bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2004 niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De Raad overweegt het volgende.

Ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9, en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken bedraagt, dat deze termijn ingaat op de dag na die waarop dat besluit op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt en dat in het geval van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is het bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Niet in geschil is dat het besluit van 3 juni 2004 op dezelfde datum aan het adres van appellant is verzonden. Daarmee is gegeven dat aan de wettelijke voorwaarden voor het aanvangen van de bezwaartermijn is voldaan. De bezwaartermijn is derhalve aangevangen op 4 juni 2004 en de laatste dag waarop een bezwaarschrift kon worden ingediend was op 15 juli 2004. Nu appellant het bezwaarschrift niet eerder dan op 16 juli 2004 per fax bij Amicon heeft ingediend, is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de bezwaartermijn is overschreden. De Raad deelt voorts het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is te achten.

Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.M. Biever-van Leeuwen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 september 2006.

(get.) H.J. de Mooij.
  
(get.) B.M. Biever-van Leeuwen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Zfw | Zfw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x