Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Zfw
x
LJN:
x
AZ0011
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 11-10-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering vergoeding van de kosten van een tandheelkundige behandeling bestaande uit het aanbrengen van een twaalfdelige brug op acht resterende gebitselementen. Het is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het plaatsen van een frameprothese geen adequate oplossing kan bieden voor de gebitsproblemen.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 03/4834 ZFW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2003, 02/5511 ZFW (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

OWM Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort (hierna: Agis).

Datum uitspraak: 11 oktober 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. M.M.A. van Hoof, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Agis heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2006. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Hoof. Agis heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Out en J. M. Kreijns, adviserend tandarts, beiden werkzaam bij Agis.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat bij zijn oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Appellante, die ten tijde in geding verzekerd was ingevolge de - inmiddels vervallen - Ziekenfondswet (Zfw), heeft sinds jaren gebitsproblemen. Onder verwijzing naar de brief van haar tandarts D.N. Jesse van 14 september 2001 en de bevindingen van dr. H.J.M. Hosman, die werkzaam is bij het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), van 18 juni 2000, heeft appellante Agis verzocht om vergoeding van de kosten van een tandheelkundige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van een 12-delige brug op 8 resterende gebitselementen.

Agis heeft deze aanvraag bij besluit van 5 maart 2002 afgewezen.

Het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) heeft bij brief van 29 oktober 2002 aangegeven zich met de afwijzing te kunnen verenigen.

Agis heeft het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 maart 2002 bij besluit van 25 november 2002 ongegrond verklaard. Hieraan ligt - mede gelet op de bevindingen van de adviserend tandarts J.M. Kreijns, die appellante heeft gezien en onderzocht tijdens een spreekuurbezoek op 23 oktober 2001 - het standpunt ten grondslag dat bij geen van de door dr. Hosman voorgestelde behandelopties sprake is van een afwijking, respectievelijk een gebitssituatie als bedoeld in de artikelen 6, 8 en 9 van de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering (hierna: Regeling).

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 25 november 2002 ongegrond verklaard.

Appellante is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Zij heeft aangegeven dat de volgens adviserend arts Kreijns voorgestane adequate oplossing, het plaatsen van een frameprothese, in verband met de daarvoor vereiste extractie van tanden naar haar verwachting zal leiden tot volledige botresorptie van de onderkaak. Bij resorptie van de onderkaak zal appellante, naar zij heeft gesteld, vervolgens aanspraak kunnen maken op vergoeding van kosten van het aanbrengen van implantaten op grond van artikel 9 van de Regeling. Een dergelijke handelwijze acht appellante onmenselijk en strijdig met de artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO) en artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVSCR).

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Zoals ook van de zijde van appellante ter zitting is bevestigd, bestaat op grond van de artikelen 6, 8 en 9 van de Regeling geen aanspraak op de door de appellante
aangevraagde behandeling.

Daargelaten of de weigering van vergoeding van de gevraagde tandheelkundige behandeling strijdig is met artikel 3 van het EVRM, artikel 7 van het BUPO en artikel 12 van het IVSCR, faalt het beroep op die artikelen reeds op de grond dat er voor de tandheelkundige problemen van appellante een adequaat alternatief in de vorm van plaatsing van een frameprothese voorhanden was. De kosten daarvan komen grotendeels ten laste van de door appellante gesloten aanvullende verzekering.

Gelet op de thans voorhanden zijnde gegevens, en wel in het bijzonder de bevindingen van adviserend tandarts Kreijns, zoals door hem ter zitting van de Raad toegelicht, de brieven van dr. Hosman en de tandarts Jesse, is naar het oordeel van de Raad onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het plaatsen van een frameprothese geen adequate oplossing kan bieden voor de gebitsproblemen van appellante.

Het beroep van appellante treft derhalve geen doel en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. Voor een proceskostenveroordeling is, gelet hierop, geen aanleiding.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.I. 't Hooft als voorzitter en R.M. van Male en G.M.T. Berkel-Kikkert als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2006.

(get.) M.I. ít Hooft.

(get.) M. Renden.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Zfw | Zfw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x