Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   TW
x
LJN:
x
AS8635
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 28-01-2005
Soort procedure: verzet
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Ongegrondverklaring van het verzet omdat de reden van overschrijding van de beroepstermijn onvoldoende grond is om het verzuim van betrokkene te verontschuldigen.
 
 
 

 

 
Uitspraak 04/1588 TW




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Opposant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Amsterdam op 11 december 2003, kenmerk AWB 02/2998 TW, tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 13 augustus 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hoger beroepschrift niet binnen de daartoe geldende termijn bij de Raad is ingediend.

Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend gedateerd 9 september 2004.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 17 december 2004. Partijen zijn niet verschenen.




II. MOTIVERING


In het verzetschrift heeft opposant wederom aangevoerd dat hij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam pas laat heeft mogen ontvangen.

Hetgeen door opposant in verzet is aangevoerd, is in feite een herhaling van hetgeen opposant reeds eerder als reden voor de termijnoverschrijding had aangevoerd en vormt naar het oordeel van de Raad onvoldoende grond om het verzuim van opposant te verontschuldigen en de Raad tot een ander oordeel te leiden dan is neergelegd in zijn uitspraak van 13 augustus 2004.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van de Awb ongegrond te worden verklaard.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2005.

(get.) J. Janssen.

(get.) J.E. Meijer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. TW | TW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x