Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   TW
x
LJN:
x
AY0098
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 30-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering toeslag. De inkomsten zijn hoger dan het wettelijk minimumloon.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/2614 TW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 april 2004, kenmerk 03/998 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Mr. H. Brouwer, advocaat te Utrecht, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2006. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. H.J. van Werven.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 22 mei 2002 heeft het Uwv geweigerd appellante per 1 januari 2002 in aanmerking te brengen voor een toeslag ingevolge de Toeslagenwet, aangezien haar inkomsten, bestaande uit een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en ziekengeld ingevolge de Ziektewet, per die datum hoger was dan het wettelijk minimumloon.

Dit besluit is gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 8 april 2003 (hierna: het bestreden besluit).

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De gemachtigde van appellante houdt ook in hoger beroep staande dat het Uwv van onjuiste inkomensgegevens is uitgegaan. Hij verwijst daarbij naar de (netto) uitkeringsbedragen die blijkens diverse bankafschriften betaalbaar zijn gesteld.

Het Uwv heeft in de loop van de procedure een en andermaal uitvoerig uiteengezet op welke arbeidsongeschiktheids- en ziekengelduitkeringen appellante per 1 januari 2002 recht had en aan haar zijn uitbetaald. De Raad heeft, evenals de rechtbank, geen enkele reden om aan de juistheid van de door het Uwv gehanteerde bedragen te twijfelen.

Het hoger beroep is gebaseerd op onjuiste feitelijke aannames en treft dan ook geen doel. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor bevestiging in aanmerking.

Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2006.

(get.) J. Janssen.

(get.) N.E. Nijdam.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. TW | TW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x