Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   TW
x
LJN:
x
AZ5933
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-12-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Op geen enkele wijze is door betrokkene onderbouwd waarom de hoogte van de toeslag niet op het juiste bedrag zou zijn vastgesteld.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 04/5943 TW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 september 2004, 04/646 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 22 december 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.




II. OVERWEGINGEN


Bij beslissing op bezwaar van 21 januari 2004 heeft het Uwv ongegrond verklaard het namens appellant gemaakte bezwaar tegen het primaire besluit van 11 maart 2003, waarbij aan appellant met ingang van 1 april 2003 een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) is toegekend ad 8,76 per dag.

De rechtbank heeft het namens appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft mr. Kuit voornoemd zijn in eerdere instanties aangevoerde grief woordelijk herhaald, er op neerkomend dat appellants gezinsinkomen minder bedraagt dan 100% van het geldende minimumloon voor gehuwden of ongehuwd samenwonenden ad 57,43 per dag, aangezien zijn WAO-uitkering voor zover appellant kan nagaan minder bedraagt dan 48,67 per dag, het bedrag waarvan het Uwv bij vaststelling van de toeslag is uitgegaan.

Evenals in beroep heeft appellant zijn vorenomschreven stelling op geen enkele wijze onderbouwd. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de aangevallen uitspraak voor onjuist te houden, zodat moet worden beslist als hierna in rubriek III aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.E.M.J. Hetharie.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. TW | TW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x