Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wajong
x
LJN:
x
AF7335
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 11-03-2003
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn. Een met een geautomatiseerd administratiesysteem aangebrachte datumaanduiding levert geen overtuigend bewijs op voor de terpostbezorging.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 02/6584 WAJONG




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. INLEIDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het Lisv.

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Zwolle op 12 november 2002 tussen partijen gegeven uitspraak.

Deze uitspraak is op 12 november 2002 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 31 december 2002 ter griffie ontvangen. De enveloppe waarin het beroepschrift zich bevond bevat geen postdatumstempel.




II. MOTIVERING


Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het
beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij schrijven van 6 januari 2003 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij brief van 17 januari 2003 geantwoord dat het beroepschrift op 20 december 2002, ter verzending is aangeboden bij TPG Post. Als bewijs hiervoor voegt appellant een kopie van een uitdraai uit de geautomatiseerde administratie bij. In dit administratiesysteem worden alle handelingen die verricht worden met betrekking tot de diverse zaken geregistreerd. Iedere handeling wordt gedateerd op de datum waarop zij verricht is. Uit de kopie blijkt dat de verzenddatum van het beroepschrift geregistreerd is op 20 december 2002. Dit betekent dat het beroepschrift op 20 december 2002 ter verzending is aangeboden bij TPG Post.

Hetgeen appellant ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad overweegt daartoe dat een in een geautomatiseerd administratiesysteem aangebrachte datumaanduiding geen overtuigend bewijs oplevert voor de terpostbezorging op die datum. De Raad acht, mede gelet op de datum van ontvangst van het beroepschrift, te weten 31 december 2002, daarom niet voldoende aannemelijk dat het beroepschrift reeds op 20 december 2002 ter post is bezorgd.

Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2003.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.




Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wajong | Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x