Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wajong
x
LJN:
x
AX8785
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 06-06-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering om terug te komen van een eerder besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als genoemd in artikel 4:6 van de Awb.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/3563 WAJONG




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 juni 2004, 03/848 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 juni 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. A.E.L.T. Balkema, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2006. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Balkema. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. van de Berkt.




II. OVERWEGINGEN


Bij besluit van 17 december 1984 heeft een rechtsvoorganger van het Uwv, het bestuur van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, naar aanleiding van een aanvraag om uitkering ingevolge Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) besloten appellante een uitkering ingevolge die wet te weigeren.

Daartoe is in dat besluit overwogen dat appellante vanaf de datum van haar geboorte, 16 september 1956, niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt in de zin van de AAW is geweest en op 13 november 1984, de datum van het onderzoek door de verzekeringsgeneeskundige van de Gemeenschappelijke Medische Dienst, voor minder dan 25% arbeidsongeschikt in de zin van die wet was.

Dit besluit is rechtens onaantastbaar geworden.

Onder dagtekening 17 juli 2001 heeft appellante een nieuwe aanvraag om uitkering ingediend waarbij zij aangaf vanaf haar geboorte gehandicapt te zijn.

Dit heeft geleid tot een besluit van het Uwv van 15 september 2002 waarin is besloten niet terug te komen op het gestelde in het besluit van 17 december 1984. Voorts is besloten appellante een uitkering te weigeren omdat zij, uitgaande van 1 januari 1992 als eerste dag van arbeidsongeschiktheid, niet aan de zogeheten inkomeneis in de destijds geldende AAW voldoet.

Bij besluit van 26 maart 2003, verder: het bestreden besluit, is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 september 2003 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft wat betreft de weigering van het Uwv om terug te komen van het besluit van 17 december 1984 geoordeeld dat de door appellante overgelegde rapporten niet aan te merken zijn als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als genoemd in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Met dat oordeel kan de Raad zich verenigen. Genoemde rapporten zijn in 2001 en 2002 opgemaakt door respectievelijk een orthopedagoog en een psycholoog. Daarin wordt thans als waarschijnlijkheidsdiagnose genoemd dat appellante naast de, thans niet ter discussie staande congenitale heupafwijkingen, lijdt aan het syndroom van Asperger.

Daarmee is evenwel naar het oordeel van de Raad niet gezegd noch kan uit die rapporten worden afgeleid dat de voor appellante in 1984 vastgestelde arbeidsbeperkingen door het uitvoeringsorgaan destijds onjuist zouden zijn ingeschat. Terecht heeft de rechtbank aan de hand van die rapporten erop gewezen dat de psychische klachten en beperkingen destijds bekend waren, zij het dat de thans gestelde waarschijnlijkheidsdiagnose toen nog niet gesteld was.

De Raad merkt deze rapporten dan ook aan als bevattend nadere beschouwingen en beoordelingen van deskundigen van reeds lang bekende feiten en omstandigheden die op de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling uit 1984 geen nieuw licht werpen.

Voorts overweegt de Raad dat ter zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat een eerste arbeidsongeschiktheidsdag gelegen na 13 november 1984 maar voor 1 januari 1992 voor appellante geen aanspraak kan doen ontstaan, omdat zij niet aan de zogeheten inkomenseis kan voldoen en zij reeds lang voor de aanvang van dat tijdvak geen studie meer volgde.

De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en N.J. Haverkamp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2006.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) T.S.G. Staal.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wajong | Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x