Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   Wajong
x
LJN:
x
AY5228
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 26-07-2006
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Weigering tot herziening van de Wajong-uitkering. Medische en arbeidskundige grondslag.
 
 
 

 

 
Uitspraak meervoudige kamer 04/3643 WAJONG




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 15 juni 2004, 02/383 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 26 juli 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. A.J.E. Riemslag, advocaat te Almelo, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J. Gerritsen. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Riemslag.




II. OVERWEGINGEN


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het Lisv.

Betrokkene, geboren 7 oktober 1980, heeft aan een haar op zestienjarige leeftijd overkomen bromfietsongeval lichamelijke en cognitieve beperkingen overgehouden.
Op basis van onderzoek door een verzekeringsarts op 3 februari 1999 en van nadien verkregen medische inlichtingen is zij zowel fysiek als psychisch beperkt geacht.
Per 7 oktober 1998 heeft appellant betrokkene een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Op 20 juni 2001 heeft appellant van betrokkene het verzoek ontvangen haar Wajong-uitkering te herzien vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid. Op 17 september 2001 is zij onderzocht door een verzekeringsarts, die de medische situatie ongewijzigd achtte ten opzichte van juni 1999. Wel heeft hij het op 4 juni 1999 opgestelde belastbaarheidspatroon aangescherpt op het aspect dragen. Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige op basis van de functies samensteller elektronische producten, wasserij voor- en nabewerkster, telefoniste/centraliste en kleermaakster (pompwerk) de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd vastgesteld. In overeenstemming hiermee heeft appellant bij besluit van 30 oktober 2001 geweigerd betrokkenes Wajong-uitkering te herzien. Tegen dit besluit is namens betrokkene bezwaar gemaakt.

Bezwaarverzekeringsarts E. Khoe heeft betrokkene op de hoorzitting gezien en blijkens zijn rapport van 22 maart 2002 alsnog het gebruik van de nek beperkt geacht en het belastbaarheidspatroon aangepast, waarna bezwaararbeidsdeskundige C.W. van de Rhee de primair geselecteerde functies heeft herbeoordeeld en aanvullend nieuwe functies heeft geselecteerd, hetgeen niet heeft geleid tot een wijziging van de arbeidsongeschiktheidsklasse. Bij besluit van 26 maart 2002 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant de bezwaren van betrokkene dan ook ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft betrokkene achtereenvolgens laten onderzoeken door revalidatiearts P.C.Th. van Aanholt en arts-psychotherapeut J. Lardinois. Onder overneming van de conclusies uit de rapporten van deze deskundigen van respectievelijk 2 juni 2003 en 12 januari 2004 alsmede het aanvullend rapport van Lardinois van 1 maart 2004, dat deze heeft uitgebracht naar aanleiding van twee reacties van bezwaarverzekeringsarts Khoe, heeft de rechtbank betrokkene psychisch meer beperkt geacht, het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene en het door haar betaalde griffierecht.

In hoger beroep stelt appellant zich, onder verwijzing naar een commentaar van bezwaarverzekeringsarts Khoe van 17 juni 2004, op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte de conclusies van Lardinois heeft gevolgd. Naar het oordeel van Khoe is betrokkene psychisch niet meer beperkt dan op het belastbaarheidspatroon van 17 mei 2002 door hem is aangegeven.

In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken. De Raad is van oordeel dat Lardinois een plausibel rapport heeft uitgebracht. In dat verband overweegt de Raad dat uit de reactie van Lardinois op het andersluidende oordeel van bezwaarverzekeringsarts Khoe blijkt dat de deskundige zijn eigen oordeel serieus heeft heroverwogen. Voorts is de Raad van oordeel dat niet kan worden gezegd dat het door de deskundige verrichte onderzoek onvolledig dan wel onzorgvuldig is geweest. Ook in de overige beschikbare medische gegevens ziet de Raad geen aanleiding de conclusies van Lardinois niet te volgen. De conclusie is dan ook dat het bestreden besluit medisch gezien een adequate onderbouwing ontbeert.

Naar het oordeel van de Raad ontbeert het bestreden besluit tevens een adequate arbeidskundige onderbouwing. Uiteindelijk berust het bestreden besluit op 10 functies onder, in totaal, drie functiebestandcodes (fb-code), te weten de fb-codes 5609, 3952 en 5425. Nog afgezien van de vraag of de geselecteerde functies uitgaande van psychische beperkingen op de aspecten 28 A, B, D, E, H en I door betrokkene zouden kunnen worden verricht, stelt de Raad vast dat de functie uitleenmedewerker filiaal onder fb-code 3952 verricht wordt in wisselende dienst. Desgevraagd heeft appellant de Raad meegedeeld dat in deze functie sprake is van een toeslag voor onregelmatige diensten. Appellant heeft niet kunnen aantonen dat onder die fb-code ten tijde in geding uitsluitend functies met wisselende diensten voorkwamen, zodat vooralsnog deze fb-code niet bij de schatting kan worden betrokken. Gelet daarop resteren slechts functies onder twee fb-codes, hetgeen onvoldoende is om een schatting te kunnen dragen. Voorts merkt de Raad nog op dat de functie wasserij voor-nabewerker (fb-code 5609, functienr: 9432-0018-004) en drie functies onder fb-code 5424, te weten de functies verzorgingshulp bejaardentehuis (functienr: 9411-0312-001), huishoudelijke hulp (functienr: 9461-0153-001) en huishoudelijke hulp (functienr: 9461-0153-009) zijn geactualiseerd op respectievelijk 19 juli, 19 oktober en 28 oktober 1999.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag groot 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een griffierecht van 422,- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en M.C.M. van Laar als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) J.J. Janssen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. Wajong | Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x