Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AT0298
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 10-02-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Afwijzing toekenning WAO-uitkering omdat betrokkene niet verzekerd was op grond van de WAO. Betrokkene beschikte niet over een verblijfsvergunning. Op grond daarvan was het hem niet toegestaan om in Nederland arbeid te verrichten.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/5177 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Rotterdam op 17 september 2003 onder kenmerk 03/53 tussen partijen gewezen uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de enkelvoudige kamer van de Raad op 3 februari 2005, waar partijen niet zijn verschenen.




II. MOTIVERING


Bij besluit van 29 november 2002 heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaarschrift van appellant gericht tegen het besluit van 12 juni 2002 waarbij zijn aanvraag van 26 oktober 2001 tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) in verband met op 10 januari 2001 ingetreden arbeidsongeschiktheid, is afgewezen.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij het standpunt van gedaagde onderschreven dat appellant op 10 januari 2001 niet verzekerd was op grond van de WAO. De Raad onderschrijft ten volle dat oordeel van de rechtbank: appellant beschikte op 10 januari 2001 immers niet over een verblijfsvergunning en hem was het niet toegestaan om in Nederland arbeid te verrichten.

Dat, zoals appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, niet is uitgesloten dat hem met terugwerkende kracht tot (een datum vr) 10 januari 2001 een verblijfsvergunning wordt verleend, doet hieraan, zolang deze toekomstige onzekere gebeurtenis zich niet heeft verwerkelijkt, niet af.

De Raad ziet geen aanleiding tot de toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gegeven door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2005.

(get). R.C. Stam.

(get). R.E. Lysen.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x