Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AT1577
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 16-03-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Is de intrekking van de WAO-uitkering terecht? Met inachtneming van de medische beperkingen zijn de functies geselecteerd. Er zijn geen gegevens verstrekt met betrekking tot de gestelde psychische klachten.
 
 
 

 

 
Uitspraak 02/5800 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Namens appellante is mr. D. Gregoire, advocaat te Sittard, op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van de door de rechtbank Maastricht op 17 oktober 2002 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: AWB 01/1320 WAO), waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft bij schrijven van 30 december 2002 van verweer gediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22 december 2004, waar appellante, met kennisgeving, niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. F. van Dam, werkzaam bij het UWV.




II. MOTIVERING


Centraal in dit geding staat de vraag of het bij de aangevallen uitspraak gegeven oordeel van de rechtbank dat gedaagde terecht met ingang van 11 maart 2001 tot intrekking van appellantes uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is overgegaan, voor bevestiging in aanmerking komt.

Dit oordeel steunt op de overweging dat het bestreden intrekkingsbesluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust. In de voorhanden zijnde medische gegevens heeft de rechtbank voldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de medische beperkingen van appellante ten tijde hier in geding juist zijn vastgesteld en dat de verzekeringsarts K. Lemmers in zijn schrijven van 8 augustus 2002 voldoende heeft gemotiveerd waarom, ondanks de door het FIS gesignaleerde mogelijke overschrijdingen van het belastbaarheidspatroon, de geduide functies passend zijn.
De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de veronderstelling dat de medische grondslag onzorgvuldig is voorbereid of ondeugdelijk is gemotiveerd. Met inachtneming van de voor appellante geldende medische beperkingen heeft de rechtbank het standpunt van gedaagde onderschreven dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies voor haar geschikt zijn en dat zij met de daaraan verbonden werkzaamheden een zodanig inkomen kan verwerven dat de mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO minder dan 15% bedraagt.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, zodat de in de aanhef van deze rubriek gestelde vraag bevestigend beantwoord wordt.

Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd leidt de Raad derhalve niet tot een ander oordeel. De Raad merkt naar aanleiding hiervan nog wel op dat de verzekeringsarts Lemmers, naar aan zijn rapport van 24 augustus 2000 valt te ontlenen, heeft vastgesteld dat appellante op dat moment geen psychische klachten had en niet onder behandeling van een psychiater of psycholoog was geweest. Het ligt dan op de weg van appellante, als zij stelt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met haar psychische klachten, dat zij gegevens van medische en/of andere aard daaromtrent verstrekt. De Raad moet evenwel vaststellen dat appellante daartoe niet is overgegaan.

Met betrekking tot de kritiek van appellante op de door de verzekeringsarts gegeven onderbouwing dat de door het FIS gesignaleerde overschrijdingen van de belastbaarheid van appellante zich bij haar niet voordoen, overweegt de Raad dat de verzekeringsarts in het kader van de besluitvorming door gedaagde bij uitstek degene is die dient te beoordelen of de door de arbeidsdeskundige op basis van het belastbaarheidspatroon geselecteerde functies voor een verzekerde geschikt zijn te achten, als het FIS (mogelijke) overschrijdingen van de belastbaarheid signaleert. Zulks heeft de verzekeringsarts Lemmers, zoals hiervoor is overwogen, naar behoren gemotiveerd.

De aangevallen uitspraak komt, voorzover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard en mr. O.J.D.M.L. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2005.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) J.E. Meijer.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x