Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AT1835
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 01-03-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: WAO-schatting. Appellant heeft zijn belang bij zijn hoger beroep verloren. Om die reden wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
 
 
 

 

 
Uitspraak 03/1829 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het Lisv dan wel de rechtsvoorganger, zijnde in dit geval het bestuur van de bedrijfsvereniging voor de Bedrijfsvereniging voor Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen

Appellant heeft gedaagde bij besluit van 18 februari 1991 met ingang van 29 december 1990 uitkeringen krachtens de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

Bij een vijftal besluiten van 19 september 2000 heeft appellant de WAO-uitkering van gedaagde gekort over vijf tijdvakken gelegen in de periode van 29 december 1990 tot 1 augustus 1996.

Het daartegen gemaakte bezwaar heeft appellant bij besluit op bezwaar van 26 november 2001, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.
De rechtbank Maastricht heeft het daartegen ingestelde beroep bij haar uitspraak van 21 maart 2003, reg.nr: AWB 02/35 WAO Z gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van gedaagde. De rechtbank heeft tevens beslist omtrent vergoeding aan gedaagde van griffierecht en proceskosten.

Op de in het beroepschrift vermelde gronden heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld op de zitting van de Raad op 18 januari 2005, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. M.J.M. van Haaften, werkzaam bij het UWV. Gedaagde is zoals aangekondigd niet verschenen.




II. MOTIVERING


De rechtbank heeft in haar uitspraak, waarin appellant wordt aangeduid als verweerder, de teksten van artikel 44 van de WAO weergegeven zoals deze bepaling in de periode vanaf 29 december 1990 tot en met 1996, rekening houdend met wetswijzigingen, heeft geluid en het volgende overwogen;
“Hoewel verweerder tijdens onderhavige procedure in de gelegenheid is gesteld om een toelichting dienaangaande te geven, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat met betrekking tot de onderscheiden periodes bovenvermelde bepalingen zijn toegepast. Dit met name gelet op de in het tweede lid van die bepalingen gestelde termijn. Reeds om die reden kan het bestreden besluit niet worden gehandhaafd.”

Ter zitting van de Raad van 18 januari 2005 is namens appellant erkend dat sprake is geweest van een onjuiste wetstoepassing door appellant. Appellant heeft vervolgens verklaard wanneer volgens hem een definitieve schatting plaats had moeten vinden. Appellant heeft de Raad voorts verzocht om onder toepassing van artikel 8:72, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zelf te voorzien in de zaak.

In het verweerschrift heeft gedaagde verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.

De Raad overweegt als volgt.

Nu appellant heeft verklaard van mening te zijn dat sprake is geweest van een onjuiste wetstoepassing en appellant daarmee heeft erkend het eens te zijn met de vernietiging van het bestreden besluit door de rechtbank, vermag de Raad niet in te zien welk procesbelang appellant nog heeft bij handhaving van zijn hoger beroep. Het procesbelang kan niet gelegen zijn in het verzoek van appellant om zelf te voorzien in de zaak.
Uit het oordeel van de rechtbank volgt immers niet alleen dat appellant een standpunt dient in te nemen over de vraag welke de toepasselijke bepalingen zijn die ten grondslag behoren te worden gelegd aan de korting van de uitkeringen van gedaagde, maar ook dat vervolgens een inhoudelijke beoordeling dient te geschieden aan de hand van de criteria zoals vervat in die bepalingen. Derhalve is in dit geval geen plaats voor toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb. Conform de uitspraak van de rechtbank zal appellant een nieuw besluit op bezwaar dienen te nemen.

De Raad is van oordeel dat appellant zijn belang bij zijn hoger beroep heeft verloren.
Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb appellant te veroordelen in de proceskosten van gedaagde. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, voor het indienen van een verweerschrift.

Beslist wordt als volgt.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep tot een bedrag groot € 322,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een griffierecht van € 414,- wordt geheven.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. J.W. Schutttel en mr. C.W.J. Schoor als leden, in tegenwoordigheid van H.H.M. Ho als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2005.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) H.H.M. Ho.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x