Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AT3476
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 22-03-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Veroordeling in de proceskosten.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/1717 WAO




U I T S P R A A K




met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, thans verzoekster.




I. INLEIDING


Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Zwolle op 28 maart 2003, reg.nr. WAO 02/549, gegeven uitspraak.

Bij schrijven van 12 november 2004 heeft appellant het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken.

Bij schrijven van 1 december 2004 heeft gedaagde verzocht appellant in de proceskosten te veroordelen.

Appellant heeft in zijn brief van 8 december 2004 verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.

Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.




II. MOTIVERING


Nu het hoger beroep door het bestuursorgaan is ingetrokken, is er aanleiding om het bestuursorgaan op grond van artikel 21a van de Beroepswet met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van gedaagde thans verzoekster, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op 322,00.

Verzoekster heeft in de bijlage bij haar brief van 1 december 2004 tevens aangegeven proceskosten te hebben gehad in eerste aanleg. Deze komen reeds niet voor vergoeding in aanmerking omdat de rechtbank appellant - in die procedure verweerder genoemd - in eerste aanleg tot proceskostenvergoeding heeft veroordeeld.

Naar aanleiding van het verzoek van verzoekster om appellant te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente overweegt de Raad dat, nu vorenvermeld artikel 21a zich beperkt tot de proceskosten, de Beroepswet niet de mogelijkheid biedt in hoger beroep nadat het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken, toepassing te geven aan artikel 8:73 van de Awb. De gemachtigde van verzoekster zal zich met het verzoek om vergoeding van renteschade dienen te wenden tot gedaagde.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag groot 322,00 te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas in tegenwoordigheid van mr. F.M.S. Requisizione als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2005.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) F.M.S. Requisizione.




Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x