Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
                 

 
vorige

 

 
JURISPRUDENTIE   ---   WAO
x
LJN:
x
AT5708
Instantie:xxxxxxx Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 13-05-2005
Soort procedure: hoger beroep
Bron: Rechtspraak.nl
Essentie: Schatting WAO. Betrokkene zijn voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen voorgehouden die vallen binnen het belastbaarheidspatroon.
 
 
 

 

 
Uitspraak enkelvoudige kamer 03/4485 WAO




U I T S P R A A K




in het geding tussen:

[appellant] , wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.




I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Bij besluit van 30 juli 2002 heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 januari 2002, waarbij gedaagde aan appellant met ingang van 5 februari 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) heeft toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.

De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 24 juli 2003, nr. WAO 02/2298, het beroep van appellant tegen het besluit van 30 juli 2002 ongegrond verklaard.

Namens appellant heeft mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, op bij aanvullend beroepschrift van 14 oktober 2003 aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld.

Gedaagde heeft een verweerschrift (met bijlagen), gedateerd 26 februari 2004, ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 1 april 2005, waar appellant - zoals tevoren was bericht - niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door W.J.L. Weltevrede, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).




II. MOTIVERING


Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank in rubriek 2 van de aangevallen uitspraak heeft weergegeven.

Bij de bestreden uitspraak heeft de rechtbank als haar oordeel gegeven dat de beperkingen correct zijn vastgesteld en dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies binnen de medische beperkingen van appellant blijven. Vergelijking van het inkomen dat appellant met de hem voorgehouden functies zou kunnen verdienen met het inkomen dat hij in zijn vorig beroep zou hebben verdiend geeft een verlies aan verdienvermogen te zien van 65,52%, zodat de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van 5 februari 2002 terecht is bepaald op 65 tot 80%.

In hoger beroep heeft appellant herhaald dat er onvoldoende rekening is gehouden met de knieklachten aan beide knieŽn. Wederom is gewezen op het schrijven van de zorgconsulent van het gezondheidscentrum Afrikaanderwijk van 25 april 2002. Aangezien artroseklachten normaliter niet in een periode van enkele maanden ontstaan, moeten de in de brief van 25 april 2002 gesignaleerde forse artroseklachten al op 5 februari 2002 hebben bestaan.

Evenals de rechtbank en op de door deze daarvoor aangegeven gronden is de Raad van oordeel dat deze bezwaren falen. De gedingstukken bieden geen grondslag voor het oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig of onvolledig is geweest. De Raad wijst in dit verband ook op het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts S.M. Lustenhouwer van 23 februari 2004. Hierin geeft deze arts aan dat er geen aanwijzingen zijn dat de klachten van de linkerknie erger waren dan die van de rechterknie, waarmee reeds rekening is gehouden bij het opstellen van het belastbaarheidspatroon.

De Raad is voorts van oordeel dat gedaagde aan appellant voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen heeft voorgehouden, die vallen binnen de belastbaarheid van appellant en de conclusie rechtvaardigen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant terecht is vastgesteld op 65 tot 80% in de zin van de WAO.

Gezien het vorenstaande kan het hoger beroep niet slagen en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2005.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.H.A. Uri.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | jurisprudentie | jur. WAO | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x